In een tijd waarin geopolitieke zekerheden verschuiven en het Westen zich opnieuw moet uitvinden, is de vraag naar culturele, politieke en morele (her)oriëntatie urgenter dan ooit. De vanzelfsprekende blik naar de Verenigde Staten als gidsland, voelt steeds minder houdbaar. Politieke polarisatie, isolationisme en de opkomst van autoritair leiderschap dwingen Europa na te denken over de vraag welke waarden we willen behouden, welke invloeden we willen loslaten én wat onze alternatieven zijn. In deze artikelenreeks ‘De Heruitvinding van het Westen’ bouwt het Wetenschappelijk Bureau NSC voort op ons jaarsymposium van 2025, waarin die zoektocht centraal stond. We zoeken naar alternatieven en wijzen de plekken aan waar we onze ideologische dijken moeten verstevigen.
Het recente boek Hated By All the Right People, van New Yorker journalist Jason Zengerle, schetst een uitgebreid historisch portret van Tucker Carlson, een van de meest bepalende en controversiële stemmen in de Amerikaanse media van de afgelopen twintig jaar. De biografie laat zich lezen als een kroniek van een carrière die stap voor stap is opgebouwd, niet zozeer vanuit een groot ideologisch project, maar vanuit een scherp gevoel voor timing, netwerk en positionering. Carlson wordt neergezet als iemand die op cruciale momenten precies de juiste mensen kende, de juiste kansen zag en bereid was die relaties en mogelijkheden volledig te benutten. Het boek suggereert daarmee impliciet een beeld van iemand die zijn privileges niet alleen erkende, maar ze ook doelgericht inzette om zich te verankeren in de top van de mediawereld.
Die nadruk op connecties en timing is de rode lijn door het boek. Carlson verschijnt niet als een buitenstaander die zich tegen het establishment moest invechten, maar juist als iemand die er van meet af aan deel van uitmaakte. Hij wist zich te bewegen in netwerken van journalisten, politieke adviseurs en mediamagnaten, en kon daardoor telkens weer een volgende stap zetten. In dat opzicht toont het boek een klassiek verhaal over sociale mobiliteit binnen de elite: niet de revolutie van onderop, maar de gestage klim van iemand die precies weet hoe het spel gespeeld wordt.
Tegelijkertijd heeft deze benadering een keerzijde. Omdat het boek zich hoofdzakelijk richt op de carrière van Carlson als mediaman en presentator, krijgt de lezer vooral een opeenvolging van functies, conflicten, successen en schandalen voorgeschoteld. We volgen hem langs verschillende redacties, televisieprogramma’s en uiteindelijk naar zijn prominente rol bij Fox News. Dat levert een informatief en soms fascinerend beeld op van de dynamiek binnen de Amerikaanse media-industrie, maar het maakt het boek op momenten ook repetitief. Steeds opnieuw zien we hetzelfde patroon: een nieuwe positie, een scherpe uitspraak, publieke verontwaardiging, groeiende aandacht en een verdere versterking van ‘’het merk Carlson’’.
Wat daarbij ontbreekt, is een diepere doordenking van wat er onder die carrière schuilgaat. Het boek beschrijft nauwgezet wat Carlson doet en zegt, maar blijft opvallend terughoudend in het beantwoorden van de vraag waarom. Waar komt zijn wereldbeeld vandaan? Welke intellectuele of persoonlijke bronnen voeden zijn overtuigingen? Er lijkt geen sprake te zijn van een consistente ideologie, maar eerder een pragmatische strategie die meebeweegt met het medialandschap.
Wellicht maakt juist dat Carlson’s verhaal intrigerend. Want wie het publieke optreden van Carlson kent, weet dat zijn programma’s en uitspraken regelmatig gekenmerkt worden door harde retoriek over immigratie, identiteit en nationale cultuur. In analyses van de internationale opkomst van autoritaire leiders wordt vaak gewezen op het strategisch inzetten van angst, ressentiment en wij-zij-denken om een loyale achterban te mobiliseren. Het boek laat zien dat Carlson precies dat talent goed beheerst en inzet, maar het blijft onduidelijk in hoeverre hij dat doet vanuit overtuiging of uit berekening.
Daarmee ontstaat een ongemakkelijke, maar belangrijke gedachte: wat als de racistische en xenofobe elementen die in zijn uitzendingen terugkeren niet zozeer het product zijn van een diep ideologisch project, maar vooral van een scherp gevoel voor wat aandacht genereert? In een mediacultuur waarin zichtbaarheid direct te vertalen is naar invloed, macht en inkomsten, kan controverse een instrument worden. De vraag is dan niet langer: “Wat geloof je?” maar: “Wat werkt?”.
In dat opzicht past Carlson in een bredere ontwikkeling die we internationaal zien. De opkomst van mediagedreven leiders en opiniemakers gaat vaak gepaard met een verschuiving van inhoud naar effect. Niet de consistentie van een gedachtegoed staat centraal, maar de impact van een boodschap. Wie erin slaagt om verontwaardiging te organiseren, krijgt aandacht. Wie aandacht heeft, krijgt invloed. En wie invloed heeft, kan die weer inzetten om zijn positie te versterken. Het boek laat zien hoe Carlson dat mechanisme feilloos heeft begrepen en benut.
Voor Europa, en voor iedereen die nadenkt over de toekomst van de westerse democratie, is dat een relevante observatie. Want de vraag is niet alleen hoe we ons verhouden tot de politieke keuzes die in de Verenigde Staten worden gemaakt, maar ook tot de culturele dynamiek die daarachter schuilgaat. De populariteit van mediapersoonlijkheden als Carlson laat zien hoe krachtig de aandachtseconomie kan zijn — en hoe kwetsbaar het publieke debat wordt wanneer aandacht belangrijker wordt dan waarheid of nuance.
Als biografie is Hated By All the Right People vlot geschreven, goed gedocumenteerd en toegankelijk voor een breed publiek. Het biedt een gedetailleerd overzicht van een carrière die nauw verweven is met de ontwikkeling van de moderne Amerikaanse mediapolitiek. Tegelijkertijd blijft het boek op het niveau van beschrijving. Het vertelt wat er gebeurde, maar minder wat het betekent. Het laat zien hoe Carlson groot werd, maar minder wat hem werkelijk drijft.
Misschien is dat ook de belangrijkste conclusie die de lezer zelf moet trekken. In een tijdperk waarin persoonlijkheid, media en macht zo nauw met elkaar verweven zijn, is het niet altijd duidelijk waar overtuiging ophoudt en opportunisme begint. Carlson verschijnt in dit boek niet als een ideologische architect, maar als een uiterst vaardige speler in een systeem dat aandacht beloont en nuance afstraft. En juist dat maakt hem, in bredere zin, tot een symptoom van een veranderende politieke cultuur.
Voor de reeks ‘De Heruitvinding van het Westen’ ligt hier dan ook een duidelijke les. Als we bepalen welke invloeden uit de Amerikaanse sfeer we willen behouden en waarvan we afscheid moeten nemen, gaat het niet alleen om beleid of geopolitiek, maar ook om de verhouding tussen media, macht en verantwoordelijkheid. Het boek over Carlson laat zien hoe snel een publieke sfeer kan verschuiven wanneer aandacht en controverse de belangrijkste valuta worden — of scherper: wat er gebeurt wanneer haatpolitiek wordt gecommercialiseerd. Juist daarom moet Europa bereid zijn om grenzen te stellen. Dat betekent dat we platforms die structureel bijdragen aan strafbare feiten, opruiing of haatdragende campagnes niet alleen aanspreken, maar ook beboeten en juridisch aansprakelijk stellen. Daarnaast moeten we ons in Nederland en de Europese Unie de vraag durven stellen of we onze schaarse fysieke ruimte blijven inzetten voor datacenters die de infrastructuur vormen waarlangs deze dynamiek onze samenleving binnenstroomt. We zijn niet zonder middelen om onszelf hiertegen te verdedigen.