Terug

De preventieve pijler van Europese veiligheid

Conflictpreventie in het vroegste stadium

Het kantoor van de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden van de OVSE bevindt zich in Den Haag, op een steenworp afstand van het Binnenhof, het hart van de Nederlandse parlementaire democratie, dat momenteel wordt gerenoveerd. Niet alleen die nabijheid is betekenisvol, ook de verbouwing zelf heeft een zekere symboliek. De Europese veiligheidsstructuur waarvan de Hoge Commissaris deel uitmaakt, staat onder druk: van buitenaf door geopolitieke rivaliteit en veranderende opvattingen over internationale samenwerking en van binnenuit door afnemend vertrouwen in instituties en toenemende polarisatie binnen samenlevingen. Vanuit deze context opereert de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), een samenwerkingsverband van 57 staten uit Europa, Noord-Amerika en Centraal-Azië, dat veiligheid breed definieert als een combinatie van militaire stabiliteit, mensenrechten en democratische rechtsorde. Binnen die organisatie heeft de Hoge Commissaris een specifiek en uniek mandaat: het vroegtijdig signaleren en adresseren van spanningen rond nationale minderheden die kunnen uitgroeien tot conflict. “Mijn mandaat is nadrukkelijk gericht op conflictpreventie,” zegt de Hoge Commissaris, Christophe Kamp. “Het gaat erom etnische spanningen binnen landen, en tussen landen, zo vroeg mogelijk te herkennen.” Juist omdat succesvolle preventie zelden zichtbaar is, blijft dit werk vaak onder de radar. Maar in een tijd van geopolitieke onzekerheid en toenemende polarisatie wordt steeds duidelijker hoe essentieel deze stille diplomatie is.

Christophe Kamp, de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden van de OVSE (foto: HCNM-OVSE)

Een mandaat “inzake” minderheden

Het ambt van de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden werd in 1992 opgericht, in de nasleep van het uiteenvallen van Joegoslavië en de Sovjet-Unie, toen duidelijk werd hoe snel etnische, religieuze, taalkundige en culturele spanningen binnen en tussen staten konden omslaan in gewelddadige conflicten. Vanaf het begin kreeg het mandaat een bijzondere positionering. Het is, zo benadrukt Kamp, geen belangenbehartiger van minderheden, maar een instrument voor conflictpreventie. “Het is ‘High Commissioner on National Minorities’, niet ‘for National Minorities’. Ook in het Nederlands: inzake nationale minderheden, niet vóór nationale minderheden.” Die formulering is geen detail, maar vormt de kern van het ambt. De eerste Hoge Commissaris, de Nederlandse oud-minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel, gaf in de jaren negentig richting aan deze benadering. Hij zocht het evenwicht tussen veiligheidsbelangen van staten en belangen van nationale minderheden. Zijn werkwijze kenmerkte zich door het benadrukken van internationale afspraken die landen gemaakt hadden om rechten van minderheden te respecteren en naar praktische oplossingen te zoeken om spanningen tussen bevolkingsgroepen en tussen landen te doen verminderen. Stille diplomatie was daarbij essentieel. Christophe Kamp is de tweede Nederlander die deze functie bekleedt, en vaart op deze door zijn vroege voorganger uitgezette invulling van het mandaat. Juist die combinatie van historische ervaring en institutionele continuïteit maakt het ambt tot een blijvend relevant onderdeel van de Europese veiligheidsorde.

Inclusie met als doel stabiliteit

Die balans staat steeds meer onder druk in een wereld waarin harde veiligheidspolitiek domineert. Kamp ziet hoe geopolitieke spanningen doorwerken tot diep in nationale samenlevingen. “Wat je ziet, is dat de toenemende aandacht voor veiligheid ertoe leidt dat minderheden in sommige landen meer als een risico worden gezien dan als onderdeel van de samenleving.” Soms werken spanningen waarbij nationale minderheden zijn betrokken ook door in interstatelijke relaties, bijvoorbeeld als er een nauwe verwantschap bestaat tussen een nationale minderheid en een buurland. Vooral in jonge staten, of staten die zich extern bedreigd voelen, groeit de neiging om de nationale identiteit te versterken als verdedigingsmechanisme. Dat is begrijpelijk, erkent Kamp, maar niet zonder risico’s. “Het mag niet ten koste gaan van ruimte voor minderheden.” Juist in deze context blijft hij vasthouden aan vaste normatieve ankers: “Ik laat mij leiden door het kader van de OVSE en andere organisaties zoals de Raad van Europa, en door het belang van een sterke rechtsstaat en sterke instituties.” Volgens Kamp ligt daar de sleutel tot duurzame stabiliteit: niet in uitsluiting, maar in inclusie die rechtsstatelijk is verankerd.

De Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden op werkbezoek in Moldavië (foto: HCNM-OVSE)

Richtlijnen, expertise en normatieve grenzen

Het werk van de Hoge Commissaris berust op drie decennia aan opgebouwde expertise. Sinds de oprichting van het mandaat zijn er tien thematische richtlijnen en aanbevelingen ontwikkeld, die fungeren als normatief kompas. Kamp benadrukt dat deze documenten niet in isolement ontstaan. “Bij het opstellen van aanbevelingen zijn altijd experts betrokken: uit de academische wereld, uit het maatschappelijk middenveld, uit minderhedenorganisaties, en van instellingen zoals de Raad van Europa en UNESCO.” Het proces kost tijd, soms jaren, maar juist die zorgvuldigheid is essentieel. Nieuwe aanbevelingen over de omgang met betwiste historische narratieven zijn momenteel in voorbereiding. Volgens Kamp raken zulke kwesties direct aan identiteit en staatsvorming: “De interpretatie van de geschiedenis kan spanningen veroorzaken. Zeker in samenlevingen met een recent conflictverleden.” Door richtlijnen te bieden, probeert zijn kantoor ruimte te creëren voor debat zonder escalatie — een normatieve begrenzing van politiek conflict.

Stille diplomatie voor gevoelige kwesties

In de praktijk betekent conflictpreventie zelden duidelijk zichtbare interventies of publieke druk. Het werk van de Hoge Commissaris speelt zich grotendeels af buiten de schijnwerpers. Kamp beschrijft hoe zijn kantoor voortdurend moet kiezen waar het wel en niet actief wordt: “We zijn een relatief klein kantoor en er is maar één Hoge Commissaris, dus we moeten nadrukkelijk keuzes maken. Onze invalshoek is altijd: waar zijn er spanningen binnen landen of tussen landen die kunnen escaleren?” Daarbij richt hij zich vooral op landen van de voormalige Sovjet-Unie en Joegoslavië, waar bevolkingsgroepen door het uiteenvallen van staten en de abrupte grenswijzigingen veranderden in nationale minderheden binnen een nieuw land. De keuzes worden verder gemaakt op basis van veldwerk en onafhankelijke analyse. Tijdens bezoeken spreekt Kamp afzonderlijk met onder andere nationale autoriteiten, lokale bestuurders, minderhedenorganisaties en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld. Daarbij is het belangrijk de verschillende belangen, maar vooral de feiten helder te krijgen. De context is in ieder land anders. Na een dergelijk bezoek, naar aanleiding van ontwikkelingen, of op verzoek van een land, deelt de Hoge Commissaris concreet advies en aanbevelingen met de autoriteiten. Omdat het vaak gevoelige kwesties betreft waarbij veel belangen spelen, zijn deze altijd vertrouwelijk. Die aanpak, vaak aangeduid als stille diplomatie, vergt vertrouwen en geduld, maar is volgens Kamp essentieel: “Als je kwesties te vroeg publiek maakt, sluiten deuren zich. Preventie is effectiever als er ruimte blijft voor gesprek.”

Conflictpreventie in de praktijk: Kosovo en Zuid-Servië

De abstracte principes van conflictpreventie krijgen betekenis in concrete situaties, waarbij de situatie in elk land anders is en dus ook steeds maatwerk vereist. Kamp wijst op zijn bezoek aan Kosovo in augustus 2025, waar spanningen tussen de Servischtalige minderheid in het noorden en de autoriteiten in Pristina voortdurend op de achtergrond aanwezig zijn, en bestaan binnen een toch al complexe regionale context. Tijdens zijn bezoek sprak hij met vertegenwoordigers van de centrale overheid, lokale bestuurders en minderhedenorganisaties. Daarbij werd duidelijk hoe belangrijk niet alleen het beleid, maar ook de perceptie is. “De perceptie van gebrek aan inclusie in beleidsprocessen kan direct bijdragen aan wantrouwen en spanningen,” aldus Kamp. In gesprekken met verschillende gesprekspartners kwam daarnaast naar voren dat, hoewel Kosovo beschikt over een uitgebreid wettelijk kader voor taalrechten, er volgens sommige gesprekspartners manieren zijn om de implementatie daarvan te verbeteren. In Zuid-Servië werkt Kamp middels meertalig onderwijs aan de bevordering van inclusie. Tijdens een bezoek in december 2025 bracht zijn kantoor vertegenwoordigers van de nationale overheid, lokale autoriteiten en de Albanese minderheid bijeen rond de positie van een Albaneestalige universiteit. Het doel was om een gesprek mogelijk te maken over concrete obstakels, zoals financiering en institutionele erkenning. “Je probeert eerst scherp te krijgen wat het daadwerkelijke probleem is, wat de feiten zijn,” zegt Kamp, “en pas daarna te kijken welke concrete stappen mogelijk zijn.” Juist deze ogenschijnlijk kleine, praktische ingrepen kunnen volgens hem bijdragen aan het verminderen van spanningen en het openhouden van de dialoog.

De Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden op werkbezoek in Kosovo (foto: HCNM-OVSE)

Taal, participatie en de voorwaarden voor sociale cohesie

Hoewel elke context anders is, ziet Kamp steeds dezelfde thema’s terugkeren waar spanningen ontstaan. “De onderwerpen waar we ons het meest op richten zijn publieke participatie van minderheden, taalrechten en onderwijs,” stelt hij. Het gaat daarbij niet uitsluitend om culturele erkenning, maar om volwaardige deelname aan de samenleving. Wanneer minderheden geen toegang hebben tot onderwijs in of over hun eigen taal, of wanneer hun stem ontbreekt in lokaal en nationaal bestuur, ontstaat vervreemding. Kamp wijst erop dat dit ook de staat zelf raakt: “Stabiliteit ontstaat niet door minderheden te marginaliseren, maar door integratie op een manier die recht doet aan hun identiteit én aan de staat.” Juist daarom besteedt zijn kantoor aandacht aan meertalig onderwijs, representatie in instituties zoals politie en rechtspraak, en aan niet-stigmatiserende beeldvorming in de media. Sociale cohesie, zo blijkt uit zijn benadering, is geen zachte waarde, maar een harde voorwaarde voor weerbaarheid en vrede.

De mens achter het mandaat

Kamp benadrukt dat zijn motivatie niet voortkomt uit abstracte beleidsdoelen, maar uit de concrete gevolgen van politieke keuzes voor mensen. “Wat mij drijft, is de vraag hoe je mensen een stem kunt geven in zaken die hen direct raken — richting overheid, maar ook richting internationale spelers. Ook zoek ik de balans tussen veiligheidsbelangen van landen en mensenrechten van individuen, en de impact daarvan op groepen.” Tegelijkertijd kent het mandaat duidelijke grenzen. De Hoge Commissaris beschikt niet over sanctiemogelijkheden. “Ik heb geen macht om dingen op te leggen. Ik ben afhankelijk van dialoog en bereidheid tot samenwerking.” Die beperking is soms frustrerend, maar ook principieel: juist het ontbreken van dwang maakt vertrouwen mogelijk. Het ambt vereist dan ook het vermogen om te handelen zonder zekerheid, en om invloed uit te oefenen zonder macht. Het gaat er niet om gelijk te halen of krijgen, maar om zoveel mogelijk belangen bij elkaar te brengen en naar praktische oplossingen te zoeken.

Vrede en recht: integratie als rechtsstatelijke opdracht

Wat uit het werk van de Hoge Commissaris scherp naar voren komt, is dat minderhedenbeleid geen randthema is, maar een toetssteen voor de kwaliteit van de rechtsstaat. Kamp verzet zich tegen de gedachte dat stabiliteit ontstaat door uniformiteit af te dwingen of verschillen te negeren. Tegelijkertijd hebben nationale minderheden niet alleen rechten maar ook plichten. Integratie is geen vrijblijvende keuze, maar een institutionele opdracht. In diverse samenlevingen moet de staat aantoonbaar betrouwbaar zijn: wetten moeten niet alleen bestaan, maar ook worden uitgevoerd; participatie moet niet alleen worden beloofd, maar georganiseerd. Kamp benadrukt dat dit geen vanzelfsprekendheid is. “Een sterke rechtsstaat en betrouwbare instituties zijn geen gegeven. Daar moet je voortdurend aan blijven werken — zeker in diverse samenlevingen.” Juist waar minderheden ervaren dat regels selectief worden toegepast of dat hun stem structureel ontbreekt, ontstaat wantrouwen dat zich kan verdiepen tot politieke vervreemding en vervolgens tot spanningen kan leiden, die ook makkelijk kunnen worden geïnstrumentaliseerd door anderen. In dat licht wordt duidelijk dat wetgeving en beleid met betrekking tot nationale minderheden een directe impact heeft op de interne en externe stabiliteit van een land.

De stilte van succesvolle preventie

Het werk van de Hoge Commissaris laat zich moeilijk meten in successen of mislukkingen. Wanneer conflicten uitblijven, blijft ook de waardering vaak uit. Toch is de afwezigheid van geweld geen toeval. “Als conflictpreventie werkt, is dat meestal onzichtbaar,” zegt Kamp. “Maar wachten tot spanningen escaleren is altijd duurder, pijnlijker en ingewikkelder.” In die zin is zijn mandaat een oefening in bescheidenheid: luisteren vóór spreken, verbinden vóór veroordelen, en begrenzen zonder te oordelen of polariseren. Voor een rechtsstaat die zichzelf serieus neemt, ligt daarin een belangrijke les besloten. Vrede is geen eindtoestand, maar een proces — waarin het vroege begin meer nadruk verdient.

De Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden spreekt tijdens een conferentie in Estland. (foto: HCNM-OVSE)

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in