Het uitkleden van de WW en de WIA.
Door: Danielle Jansen, Pieter Omtzigt, Ilse Saris, Patrick van Wijnen en Natascha Wingelaar.
Wat gebeurt er met de WIA en WW in de huidige kabinetsplannen?
Samenvatting
In het coalitieakkoord zitten ingrijpende verlagingen van sociale uitkeringen. Erger nog, deze verlagingen worden zonder democratisch mandaat voorgesteld: ze stonden niet in de verkiezingsprogramma’s en zonder enige discussie worden ze als vaststaand feit gepresenteerd. Het garanderen van bestaanszekerheid is een belangrijke pijler van onze sociale zekerheid. Dat wil zeggen: mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat de grond niet zomaar onder hun voeten kan worden weggeslagen zonder dat zij een kant op kunnen. Die les werd in het toeslagenschandaal pijnlijk duidelijk. Uit het niets werden mensen overvallen door terugvorderingen van toeslagen en kwamen zij acuut in financiële nood terecht.
In het coalitieakkoord zit een aantal maatregelen die samen leiden tot de invoering van een minimumstelsel sociale zekerheid, waarbij de maximum uitkeringen (Werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, maar ook ziektewet inclusief zwangerschap) net boven het minimumloon komen te liggen. Dit stond niet in de verkiezingsprogramma’s en tot nu toe legt niemand uit waarom dat wenselijk is. Sterker nog, de regeringspartijen lijken het zelf niet te begrijpen en geven geen uitleg waarom ze deze keuzes maken.
De gevolgen van de voorgestelde bezuinigingsoperatie op de sociale zekerheid, waar de regeringspartijen hun handtekening onder hebben gezet, zijn groot: 150-duizend bestaande uitkeringen worden gekort, ongeveer de helft met 20 procent, wat voor veel mensen neerkomt op een teruggang in inkomen van bijna 500 euro netto per maand. Vooral mensen die volledig arbeidsongeschikt zijn worden hierdoor geraakt. Toen zij arbeidsongeschikt werden, hebben zij al fors ingeleverd en ze kunnen niet nog een klap hebben.
Als NSC vermoeden wij dat de onderhandelende partijen de gevolgen van de maatregelen niet hebben ingezien of overzien tijdens de coalitieonderhandelingen. Dat blijkt ook uit het feit dat niemand deze maatregelen echt verdedigt en dat er geen enkele memo over deze bezuinigingen in de formatiestukken zit. Dat duidt erop dat er slechts kort over gesproken is en niemand gevraagd heeft om alle gevolgen in kaart te brengen. Door dat niet te doen, kom je er pas na het debat over de regeringsverklaring achter dat verlaging van doorbetaling bij zwangerschap en bevalling ook onder de ziektewet valt en dus gekort wordt.
Met dit stuk willen we laten zien hoe pijnlijk de totaliteit aan maatregelen kan uitpakken. We hebben daartoe een voorbeeld helemaal uitgewerkt.
Onze belangrijkste conclusie: een alleenverdiener met een hoog inkomen die straks de maximale uitkering krijgt omdat hij/zij volledig arbeidsongeschiktheid is, zal een vergelijkbaar welvaartsniveau hebben als een echtpaar dat in de bijstand zit. Bij ongewijzigd beleid dreigt zodoende voor velen een extreme teruggang in hun bestaanszekerheid. Daar hoeft het echt niet bij te blijven. Een echte afweging tegen andere alternatieven is gelukkig nog mogelijk. Deze hopen we als NSC aan te dragen met dit stuk.
Welke maatregelen neemt het kabinet in de WIA (arbeidsongeschiktheid) en wat zijn de gevolgen?
Het coalitieakkoord bevat voor arbeidsongeschiktheid een aantal maatregelen die per 1 januari 2029 moeten ingaan, waarbij hieronder geen volledige opsomming is (onder meer de gevolgen voor de vervolguitkering zijn buiten beschouwing gelaten):
- De uitkering voor mensen die duurzaam geheel arbeidsongeschikt zijn (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten: IVA) wordt voor nieuwe gevallen op 70% van het laatstverdiende loon gezet (nu 75%). Daarmee vervalt het onderscheid met mensen voor wie die duurzaamheid niet kan worden vastgesteld. Dit is een vereenvoudiging, maar het is wel een verlaging voor mensen die nooit meer zullen kunnen werken.
- Het maximum dagloon daalt met 20%. Dit betekent dat je verzekerde loon omlaag gaat. Nu is het maximum verzekerde loon €79.409 per jaar. Dat daalt dus naar €63.527. Inkomen daarboven is niet langer verzekerd voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid.
- De daling van het maximum dagloon geldt met terugwerkende kracht. Dit betekent dat al ingegane uitkeringen verlaagd worden naar het nieuwe maximum. Deze verlaging geldt dus voor alle uitkeringen.
In de voorbeelden hieronder focussen we op mensen die geheel arbeidsongeschikt zijn en van wie dus is vastgesteld dat zij recht hebben op een volledige uitkering. Voor mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, zijn er ook enorme problemen maar die vereisen echt een aparte verhandeling: de helft van deze mensen is niet in staat om ook maar de helft van de theoretische restverdiencapaciteit ook echt te verdienen. Daardoor zitten zij diep onder het bestaansminimum.
We hebben het in dit stuk dus over alle arbeidsongeschikten (WIA). Die vallen in twee categorieën: IVA (volledig en duurzaam arbeidsongeschikt) of WGA 80-100, volledig arbeidsongeschikt maar met kans op herstel.
Wat betekenen de maatregelen van het kabinet voor je uitkering als je je nek breekt (hoge dwarslaesie) en je een hoog inkomen had van zeg €85.000 per jaar.
Je hebt op dit moment dan recht op een uitkering van 75% van €79.409 = €59.556 bruto per jaar. Voor nieuwe gevallen, die vanaf 2029 in de WIA komen, wordt dat: 70% van €63.527 = €44.468 per jaar bruto per jaar. De daling bedraagt bruto dus €15.000 per jaar, ruim €1.250 per maand minder bruto-inkomen. Dit is wat de maatregelen doen voor mensen die niet meer kunnen werken. Het kan dus geen prikkel zijn om aan het werk te gaan, want er is vastgesteld dat je niet kunt werken, hoe graag je ook wilt. Wat daarmee overblijft is een botte bezuiniging op kwetsbare burgers.
Een bruto-inkomen is niet het hele verhaal. Want als arbeidsongeschikte heb je geen recht op de arbeidskorting die je alleen krijgt over arbeidsinkomen en niet over een uitkering. De arbeidskorting is maximaal €5.685 per jaar. Dat is een (enorme) korting op de belasting die je betaalt. Bij een gelijk bruto-inkomen houdt een werkende dit netto meer over. Anders gezegd: de uitkering van een WIA-gerechtigde moet ongeveer €12.000 bruto hoger zijn om netto hetzelfde over te houden als een werkende. De voorbeelden maken dat duidelijk. Dat betekent dat je netto-inkomen nog harder daalt, als je eerst werkt en dan een uitkering krijgt. Je verliest niet alleen 30% bruto-inkomen, maar ook de hele arbeidskorting.
We hebben een paar berekeningen gemaakt:

Alle bedragen zijn per maand en exclusief vakantiegeld (dat soms maandelijks en soms een keer per jaar wordt uitbetaald).
Naast belastingen zijn er geen inhoudingen (zoals pensioenpremie) op de inkomens.
Met de nieuwe coalitieplannen daalt de maximale netto-uitkering van nieuwe duurzaam volledig ongeschikten tot iets meer dan het nettominimumloon!
Daarmee verandert de WIA feitelijk in een minimumstelsel sociale zekerheid, waarin je niet inkomen verzekert (tot een grens), maar een minimuminkomen en waar mensen zich maar privaat moeten verzekeren om boven het minimumloon uit te komen bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.
Er is geen uitkering meer die nog echt boven het minimumloon uitkomt, zelfs als je volledig arbeidsongeschikt bent. De maximum netto-uitkering daalt van €3053 naar €2400.
Huidige uitkeringen
Neem de mensen die nu de hoogst mogelijke WGA-uitkering (niet-duurzaam volledig arbeidsongeschikt) hebben van netto €2881, omdat zij voordat zij ziek werden een netto maandinkomen hadden van €4233 of hoger. Zij worden, door de daling van het maximum verzekerde loon, gekort naar €2400 per maand, een korting van bijna €500 per maand. De totale achteruitgang sinds zij ziek werden is dus €1833 per maand.
Voor een aanzienlijke groep zal dit betekenen dat de vaste lasten niet langer op te brengen zijn. Maar als je de hypotheek nu echt niet meer kunt betalen, zul je je huis moeten verkopen. Voor deze mensen is niet onmiddellijk een betaalbare sociale huurwoning beschikbaar, zodat er schrijnende situaties ontstaan, want waar moeten zij dan gaan wonen? Een huurwoning in de vrije sector is zeker niet betaalbaar.
Het gaat om 160.000 mensen
In een voetnoot van de doorrekening van het coalitieakkoord (voetnoot 3) meldt het CPB om hoeveel mensen dit gaat: “Volgens cijfers van het UWV waren er in 2025 77.500 mensen met een uitkering boven het maximumdagloon (deze zou bruto €926 per maand dalen) en 83.000 mensen met een uitkering tussen het oude en nieuwe maximumdagloon in (deze daalt met minder dan €926 per maand).”
Zeer grote groepen mensen zien dus een enorme bruto inkomensdaling (het verschil is dat in onze berekeningen de vakantietoeslag niet is meegenomen).
Bijstand echtpaar vs. kostwinner met inkomen van 80.000 euro met een hoge dwarslaesie en werkloze partner zonder inkomen
Misschien denk je dat je bij een maximumuitkering nog altijd een stuk beter af bent dan in de bijstand. Je verdiende immers meer dan €79.409 en daarover zijn premies betaald. Dat klopt voor alleenstaanden en voor mensen die een werkende partner hebben. Maar het is niet zeker bij een echtpaar met een kostwinner. Met een WIA-uitkering krijg je namelijk niet de maximale toeslagen. Die zijn gebaseerd op het bruto-inkomen van €44.468. Terwijl een echtpaar in de bijstand een veel lager toetsingsinkomen heeft, waardoor zij maximale toeslagen krijgen.
Dit betekent het volgende:
Als je kostwinner bent en een huurhuis hebt van €700 dan krijg je met een WIA-uitkering van €2400 per maand (het nieuwe maximum), €190 huurtoeslag en €78 zorgtoeslag. Een totaal aan toeslagen van €268 per maand. Je inkomen inclusief toeslagen is dus €2668.
Als je een bijstandsuitkering hebt van €1902 per maand dan krijg je met eenzelfde huur van €700, €428 huurtoeslag en €243 zorgtoeslag. Een totaal aan toeslagen van €671 per maand! Je inkomen inclusief toeslagen is dan €2669.
Een kostwinner die volledig arbeidsongeschikt raakt, krijgt door het hogere toetsingsinkomen dus ruim €400 per maand minder toeslagen dan een echtpaar in de bijstand. Dus: bruto heeft een kostwinner met de maximale WIA-uitkering ongeveer €500 per maand meer dan een echtpaar in de bijstand. Maar omdat het bijstandsgezin €403 per maand meer aan huur- en zorgtoeslag ontvangt, blijft van dat verschil netto nog minder dan €100 over. Maar dan komt er een volgende stap: een echtpaar in de bijstand heeft recht op kwijtschelding gemeentelijke lasten en minimaregelingen. De WIA-gerechtigde heeft dat niet, want die heeft zogenaamd een “hoog” inkomen. Een echtpaar in de bijstand zal dus vaak hoger uitkomen dan een kostwinner met een hoog inkomen die volledige arbeidsongeschikt wordt en de maximumuitkering krijgt. Wie meer toelichting en uitgebreide rekenvoorbeelden wil van de regering, kan deze antwoorden op deze zeer gedetailleerde Kamervragen lezen:
Nog een extra probleem
De regering zal zeggen: mensen kunnen zich bijverzekeren. Maar dat klopt niet. Drie groepen kunnen zich niet bijverzekeren:
- Mensen die al een uitkering hebben: zij dachten goed verzekerd te zijn via het publieke stelsel. Verzekeraars sluiten bestaande arbeidsongeschiktheid altijd uit, waardoor je geen aanvullende verzekering kunt afsluiten omdat je al arbeidsongeschikt bent.
- Mensen die bijvoorbeeld op 1 januari 2027 ziek worden. Zij krijgen per 1 januari 2029 een uitkering (als de keuringen functioneren). Die uitkering is echter gebaseerd op wat zij in 2026 verdienden (het laatste werkjaar) en niet op hun twee jaar doorbetaalde loon bij ziekte. En niemand kan zich met terugwerkende kracht over 2026 bijverzekeren. Deze groep had zich dus moeten bijverzekeren zonder dat zij het wisten.
- Mensen met een bekende aandoening: verzekeraars zullen die ziektes niet verzekeren.
Het plan is zeer ondoordacht maar creëert ook een vals beeld van keuzevrijheid (omdat de regering suggereert dat mensen kunnen kiezen om zich bij te verzekeren) die er in werkelijkheid niet is.
Je zou denken dat de premies voor de WIA zullen dalen. Dat is niet het geval. Bij de sociale fondsen blijft nu al jaarlijks ongeveer €10 miljard over. En de regering stelt voor de premies zeer fors verder te verhogen. Dit betekent dat het geld dat geïnd wordt voor werknemersverzekeringen, voor andere zaken gebruikt zal gaan worden.
De WW-maatregelen en gevolgen
De maximum werkloosheidsuitkering daalt naar hetzelfde niveau als de arbeidsongeschiktheidsuitkering (70%) behalve de eerste twee maanden waarin de WW tijdelijk 80% van het laatstverdiende loon wordt.
De uitkeringsduur wordt voor iedereen korter. Voor jongeren wordt de duur 50% korter (dus bijvoorbeeld maar 4 maanden als je 8 jaar gewerkt hebt in plaats van 8 maanden). Voor ouderen wordt het maximaal een jaar in plaats van 2 jaar.
Vaker zul je helemaal geen WW krijgen omdat je straks 42 van de voorgaande 52 weken gewerkt moet hebben om een uitkering te krijgen. Dit is een aanzienlijke verzwaring ten opzichte van hoe het nu is geregeld, waarbij je in 26 van de laatste 36 weken gewerkt moet hebben. Er is dus een extra groep die in de toekomst in zijn geheel geen uitkering meer krijgt.
Verder is er voor mensen die relatief dicht bij de pensioenleeftijd zitten een extra probleem. Nu zijn er voor 60-plussers die werkloos worden nog uitkeringen na de WW-periode en tot de AOW-datum: de IOAW-uitkering en de IOW-uitkering. De IOW-uitkering verdwijnt per 1 januari 2028 en de IOAW-uitkering geldt alleen voor mensen die voor 1 januari 1965 geboren zijn. Mensen die twee jaar voor hun pensioen werkloos worden, zullen dus een jaar zonder inkomen moeten overbruggen. Dit kan zeer harde situaties opleveren met bijvoorbeeld de verkoop van de eigen woning.
25 jaar geleden schoten we door met soms bizar riante VUT-regelingen. Nu schieten we aan de andere kant door: een ministelsel sociale zekerheid.
De kiezer kon het niet weten (en de politici ook niet)
In de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s van D66 en CDA stond dat het maximum dagloon met 7,5% zou dalen. Bij de VVD daalde het niet. Nergens stond dat die korting ook zou gelden voor bestaande uitkeringen. Het werd dus een korting van 20% voor nieuwe en bestaande uitkeringen. Een astronomische bezuiniging zonder dat ook maar één Nederlander daar vóór heeft gestemd. Daarnaast is het zelfs juridisch zeer twijfelachtig of dat kan, want mensen hebben een officiële beschikking waarmee het recht op de uitkering is vastgelegd. Maar dat is niet het punt: het punt is dat niemand over deze maatregelen gesproken heeft, omdat deze voor de verkiezingen niet werden voorgesteld. De kiezers konden de maatregelen nergens voorzien.
Maar het is nog gekker: geen van de regeringspartijen heeft de maatregelen ergens uitgelegd of verdedigd. Er is tijdens de formatie geen zijtafel geweest met sociale zekerheid experts en zorgexperts, zodat het lijkt alsof hier heel snel over besloten is, zonder inhoudelijke toetsing en zonder de Kamerleden die expert zijn in sociale zekerheid. Dat is uitzonderlijk, omdat het om een grote stelselwijziging gaat die tienduizenden mensen raakt. Een duidelijk democratisch mandaat voor deze ingrijpende maatregel ontbreekt dus.
Bij eerdere formaties waren er vaak zijtafels met de Kamerleden met vakkennis als er fors ingegrepen ging worden in een sector zoals zorg of sociale zekerheid. Die lijkt er de afgelopen maanden niet geweest te zijn.
Zeer opvallend hebben de partijen op heel veel terreinen (terecht!) technische bijstand gevraagd van ambtenaren door informatie uit te vragen en de gevolgen in kaart te brengen. Daar zaten de AOW en de arbeidsongeschiktheid niet bij, terwijl daar nu grote ingrepen gedaan worden. Alle memo’s met technische bijstand kun je hier teruglezen. Het verklaart waarom sommige regeringspartijen de gevolgen van deze maatregelen niet helemaal begrijpen.
Tot slot
De voorgestelde maatregelen vergroten de bestaansonzekerheid op een manier die nooit is vertoond in de recente geschiedenis. De maatregelen stonden niet in verkiezingsprogramma’s, zijn niet uitgelegd of verdedigd door de betrokken partijen en lijken zonder inhoudelijke toetsing door de formatie te zijn geglipt. Voor zulke ingrijpende veranderingen ontbreekt daarmee een duidelijk democratisch mandaat. Juist daarom is het belangrijk dat de Kamer dit voor of bij de wetsbehandeling corrigeert.
Zijn er alternatieven? Zeker: als je dit afweegt tegen het feit dat de hypotheekrenteaftrek omhoog gaat en daardoor fors meer kost, dan kun je door die regeling constant te houden zelfs honderden miljoenen overhouden. Dat zijn middelen die de coalitiepartijen ook hadden kunnen inzetten om de bestaanszekerheid van mensen te versterken.
En de zorgen over de grote aantallen mensen die arbeidsongeschikt zijn geworden, zijn zeker terecht. Maar dat vereist andere keuzes: investeren in duurzame inzetbaarheid van mensen en in het verlagen van mentale belasting. Dat is niet gemakkelijk, maar wel hoogst noodzakelijk als je bestaanszekerheid serieus neemt.
Het debat in het parlement met coalitie en oppositie zal nieuwe afwegingen moeten en kunnen maken. Die afwegingen moeten gaan over welk risico publiek gedragen moet worden en voor welk risico mensen kunnen kiezen zich privaat bij te verzekeren. Het parlement en de ministers hebben trouw gezworen aan de grondwet. Daarin staat dat de bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart voorwerp van zorg der overheid zijn. Dat betekent niet dat alles altijd blijft zoals het is, maar wel dat je mensen niet kopje onder duwt. We gaan er vanuit dat daarover een serieuze discussie wenselijk en mogelijk is.