Terug

Het Stellingwerfs – Tussen Fries en Nederlands

Het Wetenschappelijk Bureau NSC heeft in 2025 enkele onderzoeken gedaan naar regionale talen. Dit betrof het Fries in de digitale overheid en de erkenning van het Nedersaksisch en het Limburgs. Eind februari 2026 zal het WB-NSC een vervolgonderzoek presenteren dat de meertalige situatie in de Stellingwerven als onderwerp heeft. Dit artikel geeft een blik op de uitkomsten van dat onderzoek.

Een unieke taalsituatie in Nederland

In de gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf wordt van oudsher het Stellingwerfs gesproken, een Nedersaksische streektaal. Daarmee vormen deze gemeenten binnen de provincie Fryslân een bijzondere enclave. De provincie is officieel tweetalig (Nederlands en Fries), terwijl de eerste taal in deze gemeenten het Stellingwerfs is.

Het Stellingwerfs is erkend onder Deel II van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa. Het Fries is daarentegen erkent onder Deel III, met concrete rechten op het gebied van onderwijs, bestuur en rechtspraak. Dit juridische onderscheid vertaalt zich in een ongelijk speelveld: het Fries heeft wettelijke waarborgen en structurele middelen, het Stellingwerfs heeft enkel culturele erkenning zonder afdwingbare rechten.

Dit spanningsveld is onder andere zichtbaar in de provinciale taalnota Fansels Frysk 2025–2028. In eerste instantie werd de gemeente Ooststellingwerf hierin volledig als Friestalig gebied aangemerkt. Pas na stevige druk van het gemeentebestuur werd in het besluit van Provinciale Staten expliciet ruimte gemaakt voor het Stellingwerfs en voor samenwerking met de Stellingwerven.

Weststellingwerf: taal vanuit de gemeenschap

In de gemeente Weststellingwerf bestaat er geen wettelijke verplichting voor de overheid om het Fries te faciliteren. De gemeente valt buiten het toepassingsgebied van de Wet gebruik Friese taal. Daardoor kon zij een eigen beleid voeren.

Dit beleid is bewust terughoudend en gemeenschapsgedreven. Het Stellingwerfs wordt niet opgelegd als bestuurstaal of ingevoerd in het onderwijs, maar wel zichtbaar gemaakt in de publieke ruimte. Zo worden vergaderzalen in het gemeentehuis hernoemd in het Stellingwerfs en worden culturele initiatieven ondersteund, van streektaalfestivals tot lokale media tot de vertaling van boeken, zoals recent de bijbel. Ambtenaren kunnen op vrijwillige basis taalcursussen volgen.

De filosofie van het bestuur is helder: geen dwang, maar draagvlak. Geen formele taalpolitiek, maar praktische ondersteuning van initiatieven die uit de gemeenschap zelf voortkomen. Tegelijk erkent de gemeente wel dat de duurzaamheid van deze aanpak onduidelijk is. Zonder structurele middelen en zonder formele verankering hangt veel af van individuen en vrijwilligers.

Ooststellingwerf: van minimale uitvoering naar actief meertalig beleid

In Ooststellingwerf is de situatie complexer. De gemeente valt volledig onder de Wet gebruik Friese taal, terwijl het Fries niet de taal van de meerderheid van de bevolking is. Dit betekende jarenlang een minimale uitvoering: Nederlands als bestuurstaal, Fries alleen waar het strikt noodzakelijk is, en geen actief beleid voor het Stellingwerfs. Als de gemeente namelijk een actieve minderheidstalenpolitiek zou voeren dan wordt de eigen taal, het Stellingwerfs, verdrongen door het Fries, aangezien de laatste formele bescherming geniet en de daarbij behorende middelen heeft.

Recente provinciale besluitvorming heeft deze houding onder druk gezet omdat de provincie het Fries sterker wil promoten. In de huidige gemeentelijke startnotitie wordt daarom expliciet erkend dat het huidige beleid niet langer volstaat en dat een actieve, integrale aanpak nodig is. De raad stelt daarom een nieuwe toekomstige beleidslijn voor:

Fries met een beetje Stellingwerfs boven de Tjonger,
Stellingwerfs met een beetje Fries beneden de Tjonger.

Deze gebiedsgerichte benadering erkent de historische taalgrens binnen de gemeente, namelijk de rivier de Tjonger (Kuunder in het Stellingwerfs). Daarmee ontstaat een uniek model van interne meertaligheid: niet één uniform taalregime, maar differentiatie per regio.

Het uitgangspunt is “gelijk en gelijkwaardig”: beide minderheidstalen krijgen ruimte in onderwijs, openbare ruimte, communicatie en cultuur. Dit markeert een duidelijke breuk met het verleden waarin het Stellingwerfs opzettelijk gemeenschapsgedreven werd geregeld in plaats van formeel-bestuurlijk.

Onderwijs als kernvraag

Naast de bestuurlijke organisatie is onderwijs het meest gevoelige domein. Voor het Fries bestaan namelijk wettelijke kerndoelen, maar voor het Stellingwerfs niet. Dit creëert het risico dat het Stellingwerfs in het onderwijs structureel wordt verdrongen.

De provincie biedt scholen in streektalige regio’s echter de mogelijkheid om de eigen streektaal toe te voegen aan het vak Fries. Dit opent weliswaar ruimte, maar lost daarmee de juridische asymmetrie niet op. Zolang het Nedersaksisch alleen een erkenning onder Deel II heeft, ontbreekt een structurele basis voor onderwijs in het Stellingwerfs en is de steun slechts symbolisch.

Voor het Wetenschappelijk Bureau NSC is dit een kernpunt: een nationale wettelijke verankering van het Stellingwerfs/Nedersaksisch en erkenning onder Deel III van het Handvest van de Raad van Europa kan deze ongelijkheid ongedaan maken en toegang bieden tot structurele middelen en (inter-)nationale monitoring.

AI als partner

Een onderdeel van dit vervolgonderzoek was een vertaalkwaliteitstest voor het Stellingwerfs; in hoeverre is het mogelijk om automatische vertaling in het bestuur in te zetten. Door een expert parallel vertaalde zinnen (Nederlands – Stellingwerfs) werden in dit onderzoek vergeleken met de vertalingen gegenereerd door het AI-model Gemini Pro. De resultaten van deze test laten zien dat automatische vertaling redelijk goed presteert. Voor de technische liefhebbers: de gemiddelde chrF-score was 72,136 en de BLEU-score was 44,096.

Deze cijfers tonen aan dat het Stellingwerfs – ondanks zijn status als low-resource-taal – technologisch beter ondersteund kan worden dan vaak wordt gedacht. Dit sluit aan bij eerdere bevindingen dat moderne AI-modellen relatief goed omgaan met Nedersaksische varianten. Het onderzoek van het WB-NSC geeft daarbij een overzicht van de mogelijkheden om AI-vertaling in het bestuur te integreren. Tevens geeft het rapport een roadmap hoe de kwaliteit van de vertaling naar een hoger niveau kan worden getild.

Voor de gemeenten betekent dit dat meertalige dienstverlening niet langer uitsluitend afhankelijk hoeft te zijn van schaarse menselijke vertalers. Met een human-in-the-loop-aanpak kan AI de uitvoeringslast aanzienlijk verlichten door teksten van redelijke kwaliteit te genereren die vervolgens door de mens licht worden geredigeerd.

Politieke lessen voor NSC

De Stellingwerfse casus bevestigt drie inzichten:

  1. Erkenning zonder instrumenten is onvoldoende. Deel II-erkenning biedt symboliek, maar geen structurele bescherming.
  2. Uniform beleid kan regionale diversiteit onder druk zetten. Maatwerk is noodzakelijk, zeker in meertalige regio’s.
  3. Technologische innovatie kan juridische achterstanden gedeeltelijk compenseren.

Voor NSC betekent dit dat het debat over streektalen niet alleen cultureel, maar ook institutioneel en technologisch gevoerd moet worden. Een gelijk speelveld vraagt om:

  • heroverweging van Deel III-erkenning voor het Stellingwerfs (Nedersaksisch);
  • structurele financiering van streektaalbeleid;
  • investering in digitale infrastructuur voor low-resource-talen;
  • ruimte voor decentrale, gebiedsgerichte oplossingen.

Een laboratorium voor meertalige democratie

Oost- en Weststellingwerf vormen samen een bestuurlijk laboratorium omdat hier zichtbaar wordt wat er gebeurt wanneer één minderheidstaal sterke wettelijke bescherming heeft en een andere niet. De spanning tussen Fries en Stellingwerfs is geen tegenstelling tussen gemeenschappen, maar een gevolg van asymmetrische instituties.

De keuze die nu in Ooststellingwerf wordt gemaakt – actief, integraal en gebiedsgericht taalbeleid – kan uitgroeien tot een voorbeeld voor andere regio’s waar de lokale identiteit botst met uniforme beleidskaders.

Het gaat niet enkel om taal, maar om culturele rechtvaardigheid, democratische erkenning en bestuurlijke sensitiviteit. Of, in de woorden die in de Stellingwerven vaak klinken:

Wi’j bin gien echte Friezen,
mar ok gien Drenten meer.

Juist hierin ligt de kans voor een politiek die pluriformiteit niet als probleem ziet, maar als rijkdom.

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in