Terug

Waarom het asielsysteem vastloopt – pleidooi voor hervormingen

Het Wetenschappelijk Bureau NSC presenteerde op dinsdag 9 december het rapport Grip op asielmigratie – Naar een toekomstig asielbeleid. Dr. Sebastian Meyer, de auteur van het rapport, verzorgde de presentatie voor een volle zaal in Nieuwspoort in Den Haag. Migratiewetenschapper dr. Jan van de Beek en staatsrechtgeleerde dr. Hans-Martien ten Napel reflecteerden op het rapport. Tweede Kamerleden van verschillende politieke partijen woonden de presentatie bij. Dit stuk bouwt voort op de samenvatting van het rapport in Bulletin nr. 2, aangevuld met de inbreng van onze gasten.

Nederland en Europa kampen al jaren met een “asielcrisis” die zich onder andere manifesteert in slepende procedures, overbelaste voorzieningen en door met name kansarme asielzoekers veroorzaakte overlast. Echter, de pogingen van nationale en Europese beleidsmakers om het vastgelopen asielsysteem te hervormen zijn vooral halfslachtig. Onder de streep zijn de asielwetten, die momenteel door de Eerste Kamer worden behandeld, een verzameling van tamelijk strenge maar losse crisismaatregelen. Ze zijn dus de zoveelste poging om de gevolgen van het huidige vluchtelingenrecht onder controle te krijgen. Vluchtelingen hebben immers het recht om elk willekeurig land om bescherming te verzoeken – mits ze daar levend komen nadat ze door nietsontziende mensensmokkelaars zijn uitgebuit, door de woestijn zijn gestuurd en op gammele bootjes richting Europa zijn gezet. Dat is de reden waarom Jan van de Beek en andere experts het huidige systeem als moreel failliet hebben veroordeeld. De strenge maatregelen ten spijt, opereren de Nederlandse asielwetten binnen dat systeem. Hetzelfde geldt voor het aankomende Europese Asiel- en Migratiepact, dat doorgaans met veel te hoge verwachtingen wordt opgezadeld.

Waarom zitten we nog steeds op een fundamentele hervorming van het vluchtelingenrecht te wachten? Dat heeft vooral te maken met het liberaal constitutionalisme, de ideologie waar het vluchtelingenrecht op stoelt. In essentie streeft het liberaal constitutionalisme naar een zo optimaal mogelijke verwezenlijking van mensenrechten en andere abstracte normen, die zijn neergelegd in internationale en Europese verdragen. Institutioneel zijn vooral rechters en andere onafhankelijke experts aan zet. Voor een bredere democratische belangenafweging is er nauwelijks nog ruimte meer. In zijn inbreng heeft Hans-Martien ten Napel daarom de eenzijdigheid van het liberaal constitutionalisme bekritiseerd. Daartegenover zette hij het common good constitutionalisme, dat aan een internationale opmars bezig is. Kenmerkend voor deze stroming is het zoeken naar een evenwicht tussen de belangen van het individu enerzijds en de belangen van de nationale politieke gemeenschap anderzijds. Daarmee zet het common good constitutionalisme zich niet alleen af tegen het liberaal constitutionalisme, maar ook tegen het populisme dat eenzijdig gericht is op nationale soevereiniteit en identiteit. Ten slotte wees Ten Napel het katholicisme aan als inspiratiebron voor het denken in termen van het algemeen welzijn.

Het rapport beargumenteert dat het algemeen welzijn nadere invulling vereist aan de hand van de bestuurlijke, budgettaire en maatschappelijke capaciteiten van Nederland. Jan van de Beek is hier verder op ingegaan door delen van zijn eigen onderzoek naar de effecten van asielmigratie op de verzorgingsstaat te presenteren. Hij liet zien dat asielmigratie de overheid veel geld kost, waardoor onder andere sociale voorzieningen zoals de bijstand onder druk komen te staan. Dat heeft te maken met het doorgaans lage opleidingsniveau van vluchtelingen en hun culturele afstand tot Nederland. Vooral het laatste verdient volgens Van de Beek meer aandacht, omdat asielmigranten de grootst mogelijke culture afstand tot Nederland hebben, waardoor zelfs de tweede generatie relatief weinig bijdraagt aan de Nederlandse schatkist. De verzorgingsstaat kan alleen in stand worden gehouden, aldus Van de Beek, als het asielsysteem radicaal wordt hervormd. In dit verband beaamde hij het voorstel uit het rapport om toe te werken naar een derde-landen-oplossing. Door samen te werken met derde landen buiten Europa moet irreguliere migratie zoveel mogelijk worden voorkomen.  Echter, hij vroeg zich af of het Rwanda-model, waar het rapport voor pleit, enige kans van slagen heeft zonder uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens te stappen. Andere nog te verkennen aspecten zijn onder meer de democratische legitimatie van een ambitieus hervestigingsbeleid, alsmede de criteria waarop vluchtelingen in dat kader worden geselecteerd.

Door staatsrechtelijke en economische expertise bij elkaar te brengen, zorgde het WB-NSC voor een zowel fundamentele als empirisch verantwoorde beschouwing van een belangrijk onderwerp dat vaak op technocratische wijze wordt benaderd. De inzichten uit het rapport en de presentaties bieden veel stof tot nadenken om een fundamenteel ander asielsysteem verder te doordenken en te agenderen.

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in