Terug

Wil de kiezer eigenlijk wel meer democratie?

Een analyse van het Nationaal Kiezersonderzoek 2026

Stilstaand water is ongezond, dat geldt ook voor de democratie. Onze manier van Nederland besturen is al in beweging sinds Thorbecke de laatste hand legde aan zijn grondwet van 1848. Nederland heeft zich ontwikkeld van een centraal door de koning benoemde volksvergadering naar een per district verkozen democratie tot de huidige manier van kiezen met kieslijsten en bijna volledige proportionele vertegenwoordiging. Wie in Nederland nu 1% van de stemmen haalt, behaalt daarmee ook 1% van de zetels in de Tweede Kamer.

De laatste grote hervorming van ons kiesstelsel ligt echter alweer even achter ons met de waterschapsverkiezingen van 2008. Vanaf dat moment verkiezen we onze waterschapsbestuurders met kieslijsten (net als bij de gemeenteraad, provincie en Tweede Kamer) en niet meer door individuele kandidaten die genoeg ondersteuningsverklaringen moeten verzamelen om zich verkiesbaar te stellen. De waterschapsverkiezingen zijn sowieso al langer een bron van innovatie met een geschiedenis in de laatste 25 jaar waarbij eerst per post, vervolgens op een aantal plaatsen via internet en sinds een aantal jaar nu enkel nog in het stemhokje gestemd kan worden.

Toch zijn ook dit enkel cosmetische aanpassingen die gaan over de wijze waarop stemmen uitgebracht worden. Voor de laatste update van het kiesstelsel moeten we terug naar de jaren 10 van de twintigste eeuw. Tussen 1915 en 1920 werd het districtenstelsel afgeschaft en ingeruild voor een proportioneel stelsel met landelijke kieslijsten per partij. Daarnaast werd ook het algemeen kiesrecht ingevoerd, eerst voor mannen, een jaar later gevolgd door het vrouwenkiesrecht. Sindsdien is geëxperimenteerd met adviserende referenda voor de benoeming van burgemeesters en stemcomputers, maar bleef het verder op het gebied van democratische vernieuwing stil.

Wie het nationaal kiezersonderzoek, na iedere verkiezing gepubliceerd door vooraanstaande politicologen, erop na slaat ziet dat dit aansluit bij de voorkeur van een grote kiezersgroep. De steun voor extra democratisering is in het beste geval gelijk gebleven en in de meeste gevallen zelfs afgenomen. De steun voor het overdragen van beslissingsbevoegdheden aan burgerfora, het direct verkiezen van de minister-president of de invoering van een regionaal kiesstelsel komen geen van allen boven de 50% uit. De best scorende hervormingen zijn de invoering van correctieve referenda (48%) en de invoering van een kiesdrempel van 5% die wordt gesteund door twee derde van de kiezers. Uitschieter naar beneden met 7% steun is het land laten besturen door succesvolle zakenlieden. Het schaduwpresidentschap van Elon Musk in de VS krijgt in Nederland dus weinig handen op elkaar.

De lage steun voor (grote) hervormingen van het Nederlandse bestuursstelsel is op het eerste gezicht een teleurstellende uitslag voor voorstanders van hervorming van onze democratie. De enige hervorming met brede steun, het verhogen van de kiesdrempel, met het dubieuze argument dat dit zal leiden tot het beter besturen van Nederland De reden dat Jetten I door een gebrek aan steun in de Tweede Kamer al tientallen plannen heeft moeten intrekken komt niet doordat de steun van allerhande eenmansfracties nodig is. De reden dat we op dit moment geen meerderheidskabinet hebben is omdat VVD en D66 respectievelijk GroenLinks/PvdA en JA21 uitsloten als kabinetspartners zo concludeerde informateur Van Haersma-Buma in zijn eindadvies aan de Tweede Kamer.

Los daarvan is de invoering van een kiesdrempel allesbehalve een maatregel te noemen die zal leiden tot verdere democratisering. Het zal namelijk vooral leiden tot een minder goede afspiegeling van de samenleving in het parlement. Hierdoor zullen stemmen van minderheden en kleinere kiezersgroepen slechter gehoord worden; iets dat op termijn leidt tot afkeer van de politiek met de gedachte dat niet alle stemmen op gelijke wijze gehoord worden. Dit is in lijn met de maatschappelijke ontwikkeling die Cuperus en De Voogd omschrijven in hun ‘Atlas van Afgehaakt Nederland’.

Wil de kiezer dan eigenlijk wel meer democratie? Ook voor het antwoord op deze vraag kunnen we te rade gaan in het nationaal kiezersonderzoek (NKO). Daarin valt namelijk ook te lezen dat een grote minderheid, 40%, ontevreden is over hoe Nederland bestuurd wordt. De meeste kiezers leggen de prioriteit bij zorg en wonen en maken zich zorgen over de effectiviteit van de politiek. Na de verkiezingen presenteert het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA een maatregelenpakket dat vooral draait om bezuinigingen op de sociale zekerheid en grote investeringen in defensie, waarvan ze op het gebied van de bezuinigingen op de WIA ook nog eens bijna direct bakzeil moeten halen vanwege een gebrek aan steun in het parlement. De grote nadruk op defensie wordt daarnaast niet breed gedragen als prioritair onderwerp, lezen we in het NKO.

Op het gebied van zeer beperkt enthousiasme over democratische vernieuwing komt het kabinet kiezers echter wel ruimschoots tegemoet. Er wordt niet verder gedaan aan het regionale kiesstelsel of grondwettelijk hof waaraan het kabinet-Schoof is begonnen. Daarnaast wil het kabinet een nieuw kleiner stembiljet invoeren waardoor kiezers in het stemhokje niet langer zien op wie zij hun stem uitbrengen. Daarmee zetten ze juist een stap weg van het versterken van de band tussen kiezer en volksvertegenwoordiger, dat de basis is onder het regionale kiesstelsel met provinciale kiesdistricten.

Een laatste keer door het nationaal kiezersonderzoek bladeren toont echter aan dat het afgenomen enthousiasme voor democratisering en hervorming betrekkelijk is. De onderstroom van 40% ontevreden burgers heeft namelijk een significant hogere wil tot hervorming van onze democratie met bijvoorbeeld correctieve referenda. Plannen zoals een regionaal kiesstelsel krijgen daarnaast ruime steun buiten de Randstad in regio’s die aanvoelen dat hun stem in Den Haag minder goed gehoord wordt. Met het verspelen van vertrouwen in de politiek zagen D66, VVD en CDA daarmee ook aan de institutionele status quo waar deze partijen al generaties electoraal op steunen.

Zogezegd is het voor aanjagers en voorstanders van democratische vernieuwing vooral van belang dat staatshervorming, verkozen burgemeesters, nieuwe kiesstelsels en toetsing aan de grondwet het niveau van politicologisch wensdenken ontstijgen. Dat kan alleen met een overtuigend voorstel hoe groot onderhoud aan ons staatsbestel juist ook een oplossing is voor de nijpende problemen in onze samenleving zoals de wooncrisis, onder druk staande bestaanszekerheid en gewantrouwde overheid. Belangrijk argument daarbij is dat het onwaarschijnlijk is dat de partijen, politici en hun steunpilaren in het zakenleven en maatschappelijk middenveld, die de crisis hebben veroorzaakt of jarenlang genegeerd, ze nu plotseling op zullen gaan lossen.

Kiezersbewegingen tussen de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 en 2025 (Rapport door SPES van het Nationaal Kiezersonderzoek 2025)

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in