Terug

De vraag naar een sociaal conservatief concept

Hildebrand B. Bijleveld, Leeuwarden 5 september 2026

De ontwikkeling van een Sociaal Conservatief Concept door het Wetenschappelijk Bureau staat nog aan het begin. Ruim een jaar zijn de piketpalen gezet om tot een gedeelde ideologische, filosofische en pragmatische politiek te komen. Daar zit een duidelijke lijn in ten aanzien van sociale economie, gezin, traditie, niet-westerse migratie en andere politieke domeinen. Maar omdat er geen definitie is van sociaal conservatisme is het goed dit historisch en getoetst aan de politieke actualiteit te duiden. We zullen ook terugkomen op de onterechte weerstand tegen het woord conservatief.

Sociaal conservatisme in verzuiling gevangen

Eind negentiende eeuw was Jan Heemskerk[1] tweemaal premier van Nederland namens de Conservatieven (1874-1877 en 1883-1888). Tussendoor was hij een paar jaar werkloos. Hij stond bekend als een pragmatisch liberaal en vrijzinnig, stemde tegen de afschaffing van de slavernij in Suriname, maar was zeer begaan met de spoorwegen.

Begin twintigste eeuw werd zijn zoon Theo Heemskerk premier (1908-1913). De Conservatieven bestonden als fractie niet meer en werden her en der lid van nieuw opgerichte fracties van liberale, protestantse en katholieke signatuur. Heemskerk werd antirevolutionair, een protestantse variant die tegen de rationale en romantische Verlichtingsidealen inging. Hij was Takkiaan, aanhanger van uitbreiding van het kiesrecht. Dat was conservatieve vooruitgang. Hij kwam ook met een wet die ervoor zorgde dat ‘een huwende ambtenares’ verplicht ontslag moest nemen. De vrouw achter het aanrecht als gedwongen sociaal beleid.

Zo zagen we van vader op zoon hoe de conservatieven als gevolg van de verzuiling in Nederland terecht kwamen bij liberale, sociaaldemocratische en christelijke partijen (later het CDA). Politieke versnippering is in Nederland van alle tijden. Zaten er ook sociaaldemocraten onder de conservatieven? Zeker, de grondlegger van de sociaaldemocratische partij, de Fries Pieter Jelles Troelstra, was een uitgesproken voorstander van de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Later waren er – zowel op medisch-ethisch gebied als ten aanzien van sociale zekerheid – fractieleden van de PvdA die tegen de voorliggende liberalisering van abortus, euthanasie of privatisering van de ziektewet waren (om een aantal voorbeelden te noemen).

De sociaal conservatieven verspreid over de zuilen steunden van harte de opbouw van sociale zekerheid, vrijheid van onderwijs, emancipatie van mannen én vrouwen (de Kleine Luyden). De zorg werd nog grotendeels door organisaties op levensbeschouwelijke grondslag gegeven, gefinancierd door de overheid. Er heerste een beschermende vrijemarkteconomie waar marktdominantie werd voorkomen, inkomensgelijkheid bevorderd en ondernemerschap beloond. In Nederland bestond hierover grote consensus.

Tot eind jaren zeventig rustte het sociaal-conservatieve gedachtegoed nog in een meerderheid van de Tweede Kamer. Het politieke klimaat sloeg om. Ideologisch relativisme bij de grote partijen en progressieve opvattingen op de vleugels kregen de overhand. Conservatisme, ook als sociaalconservatisme of liberaalconservatisme, werd een taboe; gebrandmerkt als ‘spruitjeslucht’, ‘achterhaald’ of ‘tegen de vooruitgang’.

Dat het sociaal-conservatieve denken zo in de benen zakte en geen politieke kracht meer had, heeft geen eenduidige oorzaak. Maar laten we het de tijdgeest noemen, beïnvloed door een combinatie van globalisering, economische welvaart, secularisatie, ontzuiling, en het gevoel van fysieke veiligheid alsof oorlog en conflict ons land niet langer konden raken door afname van spanning tussen Oost en West.

De symptomen van die tijdgeest zijn divers: De EU krijgt macht, er komt steeds meer regelgeving uit Brussel, er gaan grote migratiestromen van armere werelddelen naar het rijke westen, de kerken lopen leeg, christelijke organisaties verliezen hun identiteit, een echtscheidingsgolf rolt over de naoorlogse generatie, lobbyisten van belangengroepen bestormen Den Haag, overheden (lokaal en nationaal) willen managen en beheersen, de vrije markt wordt overgenomen door internationaal kapitalisme, Defensie wordt uitgekleed en gemeenschapszin weggedrukt door een politieke ideologie van individualisering (in persoonlijk gedrag én wetgeving) en materieel vooruitgangsgeloof. Deze rollercoaster wordt dan nu versterkt door de digitale wereld die persoonlijke relaties vervangt en kunstmatige intelligentie die kennis en vaardigheden overneemt. Overtuigingsethiek (met het idealisme van de maakbaarheid) lijkt het te winnen van verantwoordelijkheidsethiek (de samenleving verantwoord mee laten groeien.

Onbehagen ondanks ongekende welvaart

Opgeteld zitten we in deze 21ste eeuw met een land van ongekende welvaart met een spectaculair verbeterd besteedbaar inkomen en tegelijk een groot onbehagen met gevoelens van ontworteling en onvrijheid. Dat onbehagen kent materiële, bestuurlijke, sociale en geestelijke oorzaken:

  • De overheid lijkt geïsoleerd van zijn burgers door – ondanks de toename van het aantal interne en externe medewerkers – gebrek aan interpersoonlijk contact, digitalisering en formalisme. Blinde systemen mangelen mensen, maar je weet niet wat je ertegen kunt doen, je kunt niets meer even in een gesprek oplossen.
  • Mensen ervaren grote politieke en media-aandacht voor minderheden en slachtofferschap (migranten, LHBTIQ+, genderissues, achterstand vrouwen op de arbeidsmarkt, etc.) die voorbijgaat aan het levensgevoel van de zwijgende meerderheid die het zelf net een beetje kan redden qua tijd en geld.
  • Het ondernemerschap en werkplezier van boer tot vrachtwagenchauffeur en van leerkracht tot bakker worden ondermijnd door steeds meer gedetailleerde wet- en regelgeving (compliance) over van alles en nog wat; van duurzaamheid en stikstof tot gender balance en sociale veiligheid.
  • Er heerst een gevoel van onvrijheid om te zeggen en te leven naar vanouds overgedragen normen en waarden (bijv. tav. gender, abortus, rustdag), Een dominant wereldbeeld wordt opgelegd en andersdenkenden uitgesloten (denk aan Covidbeleid, de ‘weigerambtenaar’).
  • Starters kunnen van hun salaris niet langer een gezin onderhouden, een huis kopen en meeliften op de economische groei. Uitstel van gezinsvorming volgt. Migranten (met name asielmigratie en gezinshereniging) legt beslag op tienduizenden betaalbare woningen.
  • De zorg (care) staat onder druk door: vergrijzing, personeelstekort, hoger opgeleiden die meer zorg voor hun kind opeisen, onevenredig beroep op gezondheidszorg (en het sociale domein) door migranten[2] en (ambtelijke) inzet (indicatiestellers) dat in tien jaar tijd is verdertigvoudigd[3].

Op dit onbehagen bestaat geen antwoord in de nu regerende politiek, behalve nog meer compromisme, technocratie en beheersingszucht. Sociaal-conservatieven krijgen kansen om de invloed terug te winnen, maar interne en externe verdeeldheid en onbekwaamheid houdt hen aan de kant. We bespreken het in drie delen:

  1. Sociaal-conservatisme heeft zich verstopt
  2. De sociaal-conservatieve varianten bijten elkaar
  3. Wat sociaal conservatisme Nederland zou kunnen brengen

Uitgehold en verdeeld

Nederland kent al langer een belangrijke sociaal-conservatieve meerderheid die onderdak koos bij verschillende partijen. Die hebben elkaar niet gevonden. Om verschillende redenen is er geen samenhangend concept gekomen voor het sociaal conservatisme:

  1. Ideologische ontlediging en interne verdeeldheid (CDA/PvdA/VVD)
  2. De onverdraagzaam uit eigen zwakte (PVV). Maakte van een migratieprobleem een religieuze strijd/anti-islamisme en bedreigt daarmee ook de vrijheid van andere minderheden.
  3. Isolationistisch nationalisme (FVD) (Nexit)
  4. Accent op belangenbehartiging en materiële vooruitgang (JA21/BBB/NSC)

Ideologische ontlediging van sociaal conservatieven

De belangrijkste ideologische erflater van het sociaal conservatisme is het CDA met zijn christendemocratische ideologie en ooit lid van de conservatieve politieke familie[4]. De partij werd zo’n 20 jaar terug nog door één op de vier kiezers gekozen, nu is dat één op de tien of zelfs één op de twintig (2023). Deze teloorgang van de aanhang van het CDA is niet het gevolg van de ontkerkelijking of secularisatie- iets wat vaak wordt verondersteld[5]. De eigen analisten zeggen dat er winst zal zijn “als de partij er maar in slaagt om het thema normen en waarden te revitaliseren en het te agenderen als het centrale maatschappelijke probleem[6]”.

De beperkte opleving onder lijsttrekker Henri Bontenbal in 2025, onder meer geholpen door de zelfdestructie van Nieuw Sociaal Contract van ex-CDA’er Pieter Omtzigt, heeft geleid tot deelname aan het kabinet Jetten. Hier lijkt het CDA inhoudelijk verder te gaan waar het na de afstraffing in 2023 was gebleven. Over een periode van 25 jaar ziet de kiezer het CDA opschuiven naar liberalere progressieve standpunten bij ethische kwesties, duurzaamheid, economie en migratie.

Het CDA is een partij die in de val van het compromisme[7] is getrapt. Dat is de neiging een moeizaam gemaakt compromis (bijv. Wet Afbreking Zwangerschap) tot nieuwe norm te maken, terwijl de mogelijkheid om een vrijwillig tot stand gekomen zwangerschap te beëindigen op basis van niet-medische gronden in de christelijke ethiek[8] wordt afgewezen. De wet sluit niet aan bij die ethiek. Door nu de wet als ideologische norm te maken kan de partij geen initiatief meer tonen in het waardendebat. Zo geldt dat ook voor compromissen op gebied van ethiek, nationale identiteit, migratie of cultuur. Het CDA houdt het nu bij fatsoen en durft de partij de discussie over beschermwaardigheid niet meer aan en refereert het steeds vaker aan de Verlichting als inspiratiebron, terwijl dat de geest ademt waar de partij tegen is opgericht.

In willekeurige volgorde de waardenverschuiving binnen het CDA in beeld.

  • Nationale identiteit en migratie: Het CDA pleitte tot enkele jaren terug voor strafbaarstelling van illegaliteit [9]. Onder CDA-leider Henri Bontenbal stemt partij tegen de strengere immigratiewetten met strafbaarstelling illegaliteit[10].
  • Waar Buma en Hoekstra als voormalige leiders de noodklok over migratie luidden, kiest CDA-leider Henri Bontenbal voor een ‘gematigd groeiscenario’ voor Nederland van 18 miljoen inwoners in 2025 naar maximaal 20 miljoen inwoners in 2050. Bijgevolg kunnen er door de bevolkingskrimp nog tenminste twee miljoen nieuwe migranten blijvend in Nederland er bij komen (80.0000 per jaar). Hij stelt dat daar ‘brede consensus’ over bestaat[11].
  • Maatschappelijk draagvlak: Het CDA heeft bij de pensioenherziening het gesloten poldermodel (van werkgevers en werknemers) de pensioendeelnemers het instemmingsrecht
  • Gespreide verantwoordelijkheid: Het CDA waarschuwt voor populisme en mogelijke autocratie[12] van rechtse partijen. Het CDA staat voor gespreide verantwoordelijkheid. Met de Covid is mede onder leiding van het CDA een nooit eerder vertoonde dwang en drang aan de bevolking opgelegd sinds de Tweede Wereldoorlog. Een beleid waardoor veel jongeren mentaal achteruitgingen en ouderen soms eenzaam stierven.
  • Gezinspolitiek en LHBTQIA+: Het CDA doet sinds 2021 mee aan het regenboogakkoord van het COC. Het onderschrijft een stembusakkoord met een uitgebreid en gedetailleerd programma ten behoeve van de LHBTQIA+-gemeenschap. Van de klassieke gezinspolitiek is bij het CDA vrijwel niets overgebleven. Van een eerder voorstel te komen tot een minister voor kindregelingen, kinderopvang en jeugdbeleid, die jaarlijks de ‘Staat van het Gezin’ presenteert, is bijvoorbeeld met toetreding van het CDA tot het kabinet niets meer vernomen.
  • Medische Ethiek: Het CDA is in de medische ethiek opgeschoven naar een meer filosofisch-ethisch relativisme[13]. Dat uit zich in het debat over bijvoorbeeld experimenten met menselijke embryo’s: “In het levensbeschouwelijke debat overheerst vaak één overtuiging: leven vanaf de conceptie is absoluut beschermwaardig en mag nooit worden ingezet voor onderzoek. Die gedachte verdient respect, maar ethiek vraagt om het zorgvuldig wegen van verschillende waarden. … Die waardigheid drukt zich uit in beschermwaardigheid van een embryo, maar moet worden afgewogen tegen de waardigheid van toekomstige kinderen die aan erfelijke ziektes zouden lijden…” Een letterlijke tekst van de woordvoerders. Is de waardigheid van toekomstige kinderen in het geding als die aan erfelijke ziektes lijden? Welke maakbaarheid van de mens staat het CDA verder voor ogen?
  • De verschuiving in het CDA gaat gepaard met instemming met de abortuspil bij de huisarts, instemming van CDA’ers in de Eerste Kamer voor afschaffing 5 dagen bedenktijd met een beroep op het zelfbeschikkingsrecht[14]. Het CDA verdedigt de uitvoering van nieuwe technieken om abortus tussen 22-24 weken op sociale gronden uit te kunnen voeren. In 2011 was het CDA daar nog verklaard tegenstander van[15]. De zusterpartijen in België[16] (CD&V) en Duitsland (CDU) verzetten zich tegen liberalisering. Waar CDU tegen draagmoederschap ethische, juridische en praktische bezwaren heeft, wil het CDA dit wettelijk mogelijk maken met D66 en VVD.

De verschuiving van de waarden en normen bij het CDA is snel gegaan, vandaar dat ook nog zo weinig kerkmensen zich in de partij herkennen. Een vooruitgangsgeloof[17] (“the hope of rising”) met nadrukkelijke referentie aan de Verlichting schiet wortel. De sociaal-conservatieve ontlediging maakt, dat het nog slechts een groentint verwijderd is van het pragmatischer D66[18], al zal de nestgeur blijven.

Bij de VVD is het conservatisme met het vertrek Bolkestein wel uit de partij verdwenen en is het ideologisch terug bij de liberale en progressieve koers van eind jaren negentig. De PvdA heeft zichzelf opgeheven. Voor sociaal-conservatief gedachtegoed is binnen Progressief Nederland (Pro) duidelijk geen ruimte.

Onverdraagzaam uit eigen zwakte

In tegenstelling tot het CDA heeft de Partij Voor de Vrijheid (PVV) een duidelijke opvatting over gezin en gender[19]. “Ook door de doorgeslagen woke-ideologie gaan we terug in de tijd: een ideologie die mensen opdeelt in steeds kleinere hokjes op basis van afkomst, huidskleur, geslacht, seksuele geaardheid en hoe iemand zich “identificeert”. Daarbij wordt zelfs het biologische geslacht – het verschil tussen man en vrouw – geweld aangedaan en vervangen door ontelbare genders”.  De PVV wil in wetten en beleid dat het biologische geslacht leidend wordt (geen “X” in het paspoort). De PVV roept op te stoppen met ‘gesubsidieerd wokebeleid’ en wil “de hokjesdenkende genderpropaganda op scholen schrappen. In het onderwijs hoort links-liberale seksuele indoctrinatie niet thuis.”

De PVV heeft het debat over de nationale identiteit gedomineerd. Partijleider en enig lid, Geert Wilders, maakte van het migratieprobleem een religieuze strijd. Zijn anti-islamisme gaat samen met wetgeving die de godsdienstvrijheid voor een bepaalde geloofsopvatting beperkt (verbod op koran, islamitische scholen, verbod op dragen van islamitische hoofddoekjes en gebedsoproepen rond moskeeën).

Dit biedt een opening voor bijvoorbeeld tegenstanders van het bijzonder onderwijs de gehele financiering van al het levensbeschouwelijk onderwijs ter discussie te stellen. Hiermee komt de PVV dicht uit bij progressieve partijen die reformatorische scholen wil verbieden om het exclusieve man-vrouw huwelijk te prediken of homorelaties als zondig te bestempelen. Verwacht daarnaast niet van een verbod op islamitisch onderwijs dat daar het gevaar van de radicalisering in de moslim gezinnen stopt. Ongefilterde informatie over radicalisering komt via internet en sociale media veel sneller en directer binnen bij de jongeren. Juist scholen van de eigen identiteit kunnen nog wijsheid en verstand toevoegen[20].

In een sociaal conservatieve opvatting mag op de ene school het exclusieve huwelijk tussen man en vrouw als basis wordt meegegeven, en kan op een andere school een paarse truien-dag worden georganiseerd. Op sommige scholen gebeurt beide. De ouders maken de keuze met hun kinderen, de overheid heeft hier geen enkele sturende rol.

Sociaal conservatieven hechten aan reflectie, transparantie en publiek debat. Door de afwezigheid binnen de PVV van checks and balances (er zijn geen leden, andere bestuursleden of een toezichthoudend orgaan) ligt de interne macht bij een enkelvoudige leider. Dergelijke machtsconcentratie past niet bij een democratische partij.

Verloren in isolationistisch nationalisme

Sociaal-conservatieve kiezers komen ook uit bij partijen als Forum voor Democratie (FVD) die een isolationistisch-nationalisme nastreven, zoals een Nexit en uittreden uit de EU en de belangrijkste verdragen. De partij staat daarmee rechts van de nationalistisch-conservatieven die geen exit uit de EU willen. FVD ziet het gevaar voor cultuur- en identiteitsbehoud niet komen van minderheden als moslims, zoals bij PVV en JA21. Integendeel, oprichter en partijideoloog Thierry Baudet heeft sympathie voor enkele van de conservatieve ideeën[21] en antifeministische opvattingen van de islam. Hij is evenmin tegen islamitisch onderwijs.

De FVD ziet dat het gevaar voor de samenleving uit de hoek komt van een kleine groep machthebbers (kartel) die de nationale identiteit en cultuur van binnenuit uitholt door een globalistische liberale visie. In de oprichtingsspeech[22] van de FVD zegt Thierry Baudet in 2017: “We worden aangevallen door degenen die ons zouden moeten beschermen. … mensen hebben zich – van binnenuit – tegen ons gekeerd”. Daarmee vertolkte hij een gevoel dat meer Nederlanders hebben. “We leven in een schijndemocratie, waarin verschillende politieke spelers tezamen een kartel vormen, (…). Het partijkartel ligt als een dikke deken over de samenleving en houdt de gelederen gesloten. Als bevolking kunnen we geen kant op. Waar moet je op stemmen als je verandering wil?”

Nu de Haagse macht volgens de FVD in handen is van een kleine groep partijen die elkaar vasthoudt, organiseert FVD een tegenbeweging via eigen alternatieve media (videokanalen en sociale media). Forum creëert actief een tegen-elite met aanhangers die de indruk van blanke suprematie wekt (cultureel, historisch, maar ook etnisch). In de Verboden Boekenkast van FVD[23], domineren radicale denkers van Nietzsche (nihilist), Spengler (‘Ondergang van het Avondland) tot Gramsci (Leninist) en van Doegin (neofascist en ideoloog van Poetin) tot Kaczynski (Anti-technologist, bekend als de Unabomber). De Italiaanse fascist en aanhanger van Mussolini, de filosoof Julius Evola, ontbreekt niet. Hij is de bedenker van de term ‘boreaal’ als benaming voor de noordelijke oorsprong van de blanke Ariërs. FVD-Partijvoorzitter en oprichter Thierry Baudet gebruikt juist die term boreaal voor de blanke noordelijke westerse wereld (ariërs) met zijn successen en overwinningen.

De partijvoorzitter meent dat de Europese Unie Oekraïne heeft opgezet tegen Rusland waardoor een invasie en oorlog is uitgelokt. Na de invasie spreekt hij bewonderend over Poetin als ‘de leider van conservatief Europa. Prachtige vent. En hij heeft zo gelijk over de NAVO-agressie en de absurde oorlogszucht van EU, WEF, etc.” [24] Hij stond ook achter president Assad de dictator van Syrië. De westerse steun voor omverwerping van zijn bewind wordt door hem met een cartoon uitgelegd als: “Om onze olie te roven, een marionettenregering neer te zetten en een Rothschildbank te openen[25] Baudet suggereert een internationaal joods complot, versterkt door bijna wekelijkse anti-Israël tweets die hij verstuurt.

Sociaaleconomisch komt de FVD expliciet op voor de middenklasse[26] en het natuurlijke gezin met traditionele waarden en man-vrouwverhoudingen. De partij heeft geen beleid voor de sociaal zwakkeren. De gevolgen voor de inkomensverschillen zijn groot.

Het isolationisme van FVD zal Nederland economisch raken, meer dan het nu al de Britten doet. Het zal ook weinig opleveren, nu hij zelf zegt dat de vijand van binnenuit komt. Ronduit immoreel is de rechtvaardiging van de agressie van Rusland tegen de Oekraïense bevolking. FVD analyseert terecht het moreel verval van het Westen (‘revolutionair verval’), dat leidt tot een politiek van beheersing en afnemende vrijheid (‘de dynamiek verdwijnt uit de samenleving’). Maar de politieke tendenties van isolationisme en intellectuele sympathieën voor extremisme, zoals die voor Poetin, tonen aan dat FVD geen sociaalconservatief perspectief biedt richting sociale cohesie, gerechtigheid en het Goede Leven.

Doelgroepen- en slachtofferpolitiek werkt kort

Verschillende andere politieke partijen hebben de gunst van sociaal-conservatieve kiezers gekregen. Te denken valt aan JA21, BBB en NSC. JA21 identificeert zich als conservatief-liberaal, BBB als sociaalconservatief en NSC was het wel maar durfde het niet hardop te zeggen.

Het liberaal-conservatieve uit zich bij JA21 in het streven naar vermindering van de belastingen, meer vrije markt. “Vrijheid levert economische groei op’, zo wordt gedacht en ‘klimaat- en energiebeleid moeten in de eerste plaats betaalbaar zijn om de economie te laten groeien. Welvaart van alle Nederlanders staat voorop”. Dat schetst het vooruitgangsgeloof van de partij, maar tegelijk wordt erkend dat economische groei niet vanzelfsprekend meer is gezien de ‘vergrijzing en ongestuurde groei van aantallen inwoners’.

Het sociale beleid is er op gericht “dat er zorg is voor wie het nodig heeft, dat ook wie een beneden-modaal inkomen heeft een woning kan kopen, en dat we onze verzorgingsstaat niet uithollen”. Uit voorstellen blijkt dat de zorgkosten niet omhoog mogen, de zorgsalarissen wel, de wachtlijsten moeten korter en de WMO-voorzieningen uitgebreider. Een lastige spagaat.

Immigratie maakt Nederland per saldo armer en is dan ook geen oplossing maar een probleem, zo stelt JA21. De partij vindt dat ook daarmee vrijheid ‘in toenemende mate onder druk komt te staan, bijvoorbeeld door islamisering, en door het beklemmend politiek-correct klimaat dat de woke-cultuur wil afdwingen’.

Tegelijk wil de partij minder Europa, geen federaal Europa en geen verdragswijzigingen die tot verdere overdracht van bevoegdheden leiden. Er moeten eerder bevoegdheden terug naar de lidstaten. Dus komt er wat JA21 geen Europese industriepolitiek (“Clean Industrial Deal”), in tegenstelling tot bijvoorbeeld het CDA die er een warm pleitbezorger voor is.

Een sociaalconservatief klimaatbeleid zou dan ook niet gestoeld moet zijn op ‘betaalbaarheid’ of economische rentabiliteit, maar op de mate dat het beleid de gezondheid van de mens dient, zonder de natuur te idealiseren. Dus Nee tegen het voorliggende stikstofbeleid en Ja tegen beperken van de uitstoot van broeikasgassen.

BBB zegt dat zij ‘onze sociaal-conservatieve tradities’ koesteren, te denken valt aan “kermissen, schutterijen, trekkertrek, sinterklaasintochten, paasvuren, carbidschieten en jaarmarkten.” Het ziet een overheidstaak in het beschermen en bevorderen van de “Friese taal, cultuur, streeksporten en tradities”. De partij stelt: “Zo ontstaat een levendige en verbonden gemeenschap.”  De vraag is of in een sociaal-conservatieve samenleving de overheid, behalve het in de basis te faciliteren, het niet juist zou moeten overlaten aan de gemeenschap zelf.

BBB is sterk verbonden met de plattelandsgemeenschappen, agrosector, het boerenleven en de gemeenschappen. In het stikstofdebat heeft het de belangen van de boeren verdedigd en gestreden tegen gedwongen onteigening. Zo heeft het een sterke basis, maar na een poging te verbreden naar meer politieke onderwerpen, heeft BBB intern gekozen zich meer op de eigen achterban en haar belangen te richten.

Nieuw Sociaal Contract (NSC) leek een korte periode een samenhangend sociaalconservatief geluid te kunnen vertolken bij de eerste landelijke deelname in 2023. De kiezers kwamen bedrogen uit. De partij ging ten onder aan zelfdestructie, gebrekkige organisatie, incompetent en vervolgens ontbrekend leiderschap en tegengestelde opvattingen. Het voerde vooral oppositie tegen de eigen coalitiegenoten.  Kenmerkend voor NSC waren behoudende opvattingen in de genderdiscussie, beperking van migratie en de sociale uitreiking naar gedupeerden (slachtoffers Toeslagenschandaal). Buiten het parlement hoopt de partij zich te richten op ‘Mensen in de knel”

Wat sociaal conservatisme Nederland brengt

Tegen de term sociaal-conservatisme bestaat veel weerstand. Volkomen onterecht en gebaseerd op journalistieke framing, historische onkunde en ontkenning van een politieke werkelijkheid. Nederland is sociaalconservatief, zo blijkt uit ruim honderd jaar politieke geschiedenis. “Het ontbreken van een ‘groep geschoolden’, liefst partij, die de moed heeft zich conservatief te noemen, vervalst nog steeds de politieke discussie”. Dat zijn woorden van Huizinga, herhaald door Heldring en actueel in 2026. “We kunnen zeggen dat er midden in de discussie een grote brijpot staat, waar de conservatieven met een grote bocht omheenlopen.[27]

In het voorgaande hebben we gezien dat niemand dat gedachtegoed goed bij elkaar heeft gebracht, samenhangend, betrouwbaar en onder bekwaam leiderschap. Vandaar de poging te komen tot een sociaal-conservatief concept waar vooroordelen worden geslecht.

De woorden sociaal en conservatief zijn deels aanvullend, maar grotendeels overlappende begrippen. Sociaal is herleid van socius en betekent bondgenoot: oog hebben voor elkaar als bondgenoten. Conservatief komt van conservare in de zin van beschermen, bewaken en bewaren[28].

Bijeengevoegd staat sociaal-conservatief voor: elkaar als medemensen in een afgebakende herkenbare gemeenschap beschermen tegen het kwaad of onheil, voor elkaar zorgen binnen de kringen van verantwoordelijkheden die iedereen heeft en tegelijk bewaren wat goed en waardevol is. De grondslag ligt in het personalisme[29], een integraal humanisme. Dit kan ook worden verwoord als de Europese traditie[30] waar de mens als een fysiek én geestelijk wezen wordt gezien.

Die basis leidt tot een bepaalde vorm van politiek, of beter, bestuurlijke houding. De basishouding kan worden samengevat als: “Onderzoek alle dingen, maar behoud het goede”[31]. Karl Mannheim beschrijft de houding als volgt[32]: “Er is een soort consensus ontstaan, waarbij conservatisme niet blinde starre behoudzucht is, maar afkeer van geforceerde veranderingen op basis van abstracte beginselen en rationalistische dogmata, afwijzing van – of althans twijfel aan  – de vooruitgangsgedachte en het geloof in de perfectibiliteit van de mens en verwerping van de daarmee samenhangende gelijkheidsgedachte, doch in tegendeel het geloof in een fundamentele ongelijkheid van de mens; het geloof in een door de natuur of door God gegeven gezag; het geloof in de historie en de traditie als belangrijke richtingwijzers en in de ervaring. Dit conservatisme kent de ratio slechts beperkte bevoegdheden toe en ziet in de religie – gewoonlijk in de gevestigde godsdiensten – het onmisbare supplement op de rede en het domein, waar uitsluitend de laatste antwoorden gevonden kunnen worden. Conservatieven zien zichzelf niet als ideologen of theoretici maar als empiristen en pragmatici.”

Dat leidt ergens toe, al is het geen afgeronde definitie. De kern van het onbehagen is dat mensen zich minder zijn gaan thuisvoelen in hun eigen huis, Nederland. Aan het veranderende uitzicht valt weinig te doen, maar de atmosfeer in huis wordt ook te veel door anderen bepaald.

Sociaalconservatisme staat als een huis

Sociaalconservatisme is een ruim huis waar je in kunt wonen met je familie zonder je gast te voelen in eigen woning. Zeker, er komt regelmatig een nieuw behangetje, af en toe een nieuwe bezoeker, plezierig als die komt en ook weer gaat, elkaars muziek wordt gewaardeerd en anders op een standje lager gezet. Heeft de één het druk dan kookt de ander, mag de TV wat zachter, haal jij de kinderen op of wil je de tuin nog afmaken? Aan tafel danken we voor de goede gaven, is er een gesprek, zijn er meningsverschillen, er wordt gestoeid, en daarna samen afruimen, we maken ruzie tot we welterusten zeggen. Er heerst geen gebrek, honger of kilte, maar er is wel ziekte, liefdesverdriet, gezakt voor het examen. Dat neem je voor lief. Dan komt morgen de zon weer op.

Zo ziet een sociaalconservatief samenleven. Liever geen externe bemoeienis. Er is ruimte voor eigenheid, maar in de eerste plaats vorm je een hechte gemeenschap. Want wat heb je nu allemaal van jezelf: het leven? je ouders? de plek, cultuur en religie waar je in geboren wordt? de eerste taal? je geslacht, huidskleur, bouw, gezondheid, intelligentie? of je arm of rijk opgroeit? Vrijwel niks. Gelijkheid is dan ook een illusie, zelfbeschikking is een marginale luxe, een drogreden, je kunt de knop alleen uitzetten, maar niet aan, over het meeste wordt beschikt en dat is maar goed ook. Je hebt er geen schuld aan, maar je kunt je er ook niet op voorstaan. De één acht de ander uitnemender dan zichzelf. Soms jezelf wegcijferen, soms de kar trekken. Geen revolutie, geen evolutie, eerder zelfopoffering en vooral behoud van het goede.

Sociaal Conservatief Concept in een notendop?

Een nieuw sociaal conservatief concept[33] heeft kenmerken die sociaal beschermend zijn, die vooruitgang waardeert met behoud van het goede, zoals de eigenheid van je straat en buurt, de nationale identiteit, tradities en rituelen, de Nederlandse soevereiniteit en democratische rechtsstaat, de landschappelijke schoonheid en vooral ook ondernemerschap. Het project naar een Sociaal Conservatief Concept staat aan het begin met wat piketpalen die nog uitwerking vragen. Er zijn enkele ideologische, filosofische, praktische en pragmatische ijkpunten.

  • Aan de basis van de maatschappelijke ordening ligt het gezin waarin kinderen zich identificeren en opgroeien met de ouders van wie zij afstammen en waarin alle aspecten van samenleven worden beoefend[34]. Er is een gedeelde geschiedenis met elkaar, zo ontstaan eigen gewoonten en rituelen, herkenbaar en voorspelbaar. Men voelt elkaar aan, terwijl er ook flinke verschillen zijn tussen de gezinsleden. Toch ga je aan elkaar hechten en neem je verantwoordelijkheid. Zo wordt er voor elkaar gezorgd. Niet omdat het is voorgeschreven of dat iemand er recht op zou hebben, maar vanuit een personalistisch (christelijk-sociaal) mensbeeld.
  • De sociaal-conservatieve visie op staat en politiek is, dat zij in de eerste plaats het algemeen welzijn bevordert, gebaseerd op deugden van gerechtigheid, eerlijkheid, moed en integriteit. Het ideale samenleven van zo’n gezin spiegelt zich in een samenleving van geven en nemen. Daar wordt erkend dat er sprake is van verscheidenheid en fundamentele ongelijkheid van mensen en hun rollen, zoals man en vrouw, kind en volwassene, werkgever en werknemer, docent en leerling, gezagsdrager en burger, ieder naar zijn aard en verantwoordelijkheid. Maar ze krijgen allen wat hen toekomt.
  • Het sociaal conservatisme heeft een volkse gemeenschapstrek, er is geen elitegroep die het voor de samenleving uitdenkt, geen kleine cirkels van invloedrijken die aan de touwtjes trekken en elkaar benoemen. Alle lagen van de bevolking worden betrokken, inclusief de meerderheid van praktisch en middelbaar opgeleiden die nu vrijwel geen invloed heeft op de politieke koers van het land. Dat vergt ook emancipatie van de politieke partijen zelf. Een jongere, een ondernemer, een zorgverlener of chauffeur aanspreken en bij beleid betrekken is moeilijker, dan voor hem of haar beleid te schrijven en regels te bedenken. Een radicale afslanking van het aantal niet uitvoerende ambtenaren (lees ook indicatiestellers, beleidsmakers) op alle overheidsniveaus van gemeente tot EU is onvermijdelijk. Maak ruimte voor uitvoerders en minder voor regelmakers.
  • De overheidsdrang tot beheersen en sturen en het geloof in technocratische oplossingen – vaak gebaseerd op deskundigencommissies – is doorgeschoten. We zagen het in corona-tijd. Ingrijpende maatregelen vergen een politiek waardendebat dat weer openlijk gevoerd kan worden door politici die zich niet verschuilen achter de wetenschap of deskundigen rapporten, ook al wegen die mee.
  • Sociaalconservatieven zijn niet bang voor traditionele normen en waarden. De overheid draagt het gezag en heeft het geweldsmonopolie. Het is niet aan activisten of demonstranten om de wet te overtreden door geweld, vernielingen of beledigingen. Vanuit een conservatief mensbeeld beschermt de staat de onschendbaarheid van het leven. Er is beschermwaardigheid voor ieder mens, geboren, ongeboren, aan het begin en aan het einde van zijn leven. Het leven van een mens – ook leven in wording – is een geschenk dat niet maakbaar is of waarmee geëxperimenteerd kan worden. Er zijn twee geslachten, man en vrouw. Een kind wordt uit een vader en moeder geboren. Die zijn verantwoordelijk voor het leven dat opgroeit. In welke omstandigheid het kind ook opgroeit, het heeft recht zich met die ouders (waar mogelijk) te identificeren en te verwortelen.
  • Geloofs- en gewetensvrijheid worden beschermd vanuit liberale waarden als tolerantie en respect. De overheid legt geen ideologieën op aan scholen, instellingen of bedrijven en ze verbiedt die ook niet. Ze bewaakt de scheiding van kerk en staat. Niemand kan gedwongen worden tot medische handelingen, zoals vaccinaties. Aandringen op het nemen van verantwoordelijkheid uit medemenselijkheid mag zeker. Het mag nooit leiden tot uitsluiting.
  • De democratische rechtsstaat is geen natuurfenomeen met vaststaande ‘universele’ liberale waarden die rechters mogen interpreteren. Het sociaal-conservatief constitutionalisme kiest grond in de Griekse en christelijke filosofie binnen de Europese Traditie. Die stelt het algemeen welzijn in de rechtsstaat centraal.
  • Het huidige automatisme dat Europese of internationale verdragen automatisch worden overgenomen in Nederlandse wetgeving en burgers en activistische groepen een beroep kunnen doen op die verdragen bij rechters, moet ingeperkt worden. Nu nog moet Nederland per definitie die liberale waarden verstopt als universele rechten in wetgeving overnemen. Per onderwerp moet er daarom een opt-out zijn, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van het asielrecht waar Nederland bijna geen eigen afwijkende maatregelen effectief kan doorvoeren. Controle houdt in dat Nederland als soevereine staat de ongewenste effecten moet kunnen bijsturen, desnoods eenzijdig. In Nederland bestaat het risico dat de politieke gemeenschap zichzelf langzamerhand opheft. Dat komt mede door de zelfgecreëerde onmacht tegenover internationaal en Europees recht, waardoor Nederland zijn soevereiniteit sluipenderwijs verliest.
  • Het sociaal conservatisme beoogt een sociale solidaire economie en ziet het behoud van bestaanszekerheid en menselijke zorg als opdracht. Dit betekent onder andere dat solidariteit een morele deugd is die inzet vereist voor het algemeen welzijn “van allen en van ieder”. Zorg (vooral cure) staat het meest onder druk, mede door een tekort aan medewerkers, door vergrijzing, individualisering en verlies aan sociale netwerken. Hier ligt de prioriteit bij zorg ten opzichte van de collectieve financiële regelingen die de inkomenszekerheid en gelijkheid al vergaand borgen
  • De overheid neemt alleen maatschappelijke functies over in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer gemeenschappen niet autonoom in staat zijn om voor het algemeen welzijn op te komen. Het opzetten van basisvoorzieningen in het sociaal domein, volledig uitgevoerd door een (semi-)overheidsorgaan, is strijdig met beginsel van subsidiariteit waar het sociaal conservatisme aan hecht. Deze beheersingstrend is schadelijk, als de indicatiestelling, financiering, uitvoering en toezicht in handen is van diezelfde overheidsorganen. Juist de zorg is in goede handen van instellingen die in de gemeenschap zijn geworteld. Het is niet alleen betere en betrokken zorg, maar ook doelmatiger en goedkoper.
  • De Eerste Kamer en de Afdeling advisering van de Raad van State lijken in hun rol voor de politieke controle te veel op elkaar, zij het dat de Eerste Kamer de facto een gepolitiseerde spiegel is van de Tweede Kamer, ook afhankelijk van de kiezersgunst. Naast rechtmatigheid wordt wetgeving op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid getoetst. Vaak komt dit neer op de vraag of de Nederlandse Staat zich als goed uitvoeringsorgaan van de Europese Unie gedraagt door Europese richtlijnen getrouw hun letter en geest in de nationale rechtsorde te implementeren. En dan wel op een efficiënte manier. Dit legalistische en technocratische perspectief moet stoppen. De functies van Eerste Kamer en Raad van State (afdeling advisering) worden bij elkaar gevoegd in een Raadgevende Senaat, waarbij geen van de leden in de afgelopen tien jaar partijpolitieke functies mag hebben bekleed. De Raadgevende Senaat wordt door de Koning benoemd. De toetsing gaat verder dan uitvoerbaarheid in bestuurlijke zin, maar ook uitvoerbaarheid in gemeenschapszin, te weten, of voor een regeling ook breed draagvlak bestaat.
  • De Nederlandse gemeenschap heeft het recht om zelf vanuit algemeen welzijn, zoals behoud van cultuur en welvaart, te bepalen wie en hoeveel mensen tot ons land worden toegelaten. Dat betekent dat mensen die individueel worden vervolgd recht houden op toelating. Dit is een gunst, geen afdwingbaar recht. Op basis van de arbeidsmarkt en demografie besluit de overheid tot quota (beperkt Canadees model). Nederland zou binnen tien jaar moeten streven naar een migratiesaldo van 0. Hierop moet de woningbouw worden afgestemd.
  • Het sociaal conservatieve concept is positief gericht met hoop voor jongeren. Het demografisch beleid in combinatie van gezinspolitiek is gericht op het mogelijk maken van gezinsvorming, beschikbaarheid van starterswoning en sociale regeling voor langdurig ouderschapsverlof (Noors model.

Epiloog

De basisvraag wat sociaal-conservatisme is, werd globaal beantwoord: het is geen gesloten ideologie of filosofie, maar een nuchtere en verbindende gemeenschapspolitiek. Het is praktisch, pragmatisch, mild en oplossingsgericht.

De belangrijkste variant op de bestaande regerende politiek is: de notie van mensgerichtheid in plaats van systeemgericht, algemeen welzijn in plaats van idealistische maakbaarheid, personalisme in plaats van individualisme, matigheid en tevredenheid in plaats van miljardairskapitalisme, ondernemerschap en maatschappelijk gewortelde instellingen in plaats van (semi-)overheidsuitvoering en graaieconomie, vertrouwen en vrijheid in plaats van beheersing en regelgeving, traditie en verworteling in plaats zelfontplooiing en pluralisme.

Voorgaand is slechts een kort overzicht. De verdieping en uitwerking volgen in de komende maanden.

[1] https://www.parlement.com/biografie/mrdr-j-jan-heemskerk-azn

[2] https://longreads.cbs.nl/integratie-2018/gezondheid/

[3] Lees ook: Brandbrief aan de verzorgingsstaat – Monique Kremer, Bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap UvA | Voorzitter Adviesraad Migratie, Van Gennip 2025. Zij stelt dat er een groeiende beroepsgroep is van wijknetwerkers, buurtregisseurs, cliëntondersteuners, dementiecoördinatoren en schuldhulpverleners. ‘Deze [professionals] zijn heel kostbaar en lossen zelden problemen op. Daar zijn weer anderen voor. (…)  Daarnaast ontstond een leger aan ‘poortwachters’ van de verzorgingsstaat, die bepalen of mensen toegang krijgen. Zij heten in welzijnsjargon ‘indicatiestellers’. Tot 2015, toen de zorg nog centraal geregeld werd, telde Nederland 1500 indicatiestellers. De afgelopen tien jaar, sinds de decentralisatie van de zorg naar gemeenten, is dat aantal opgelopen tot ongeveer 60.000.”

[4] Christian Democracy, Conservatism and the Challenge of the Extremes, Red. Klaus Welle & Federico Ottavio Reho (Eds.), Eburon Academic Publishers, Utrecht, 2025

[5]CDV, Het onbenut kiezerspotentieel van het CDA (1971-2023, Tom van der Meer, Marcel Hanegraaff, 9 december 2025

[6] Idem.

[7] Tom van der Meer, Waardenloze politiek, blz 15. Hoe de Nederlandse politiek de kunst van het conflict verloor. Querido Facto, Amsterdam 2024.

[8] Zie voor een samenvatting over de sociale leer: https://diakenpiertolsma.com/2024/06/14/liduinalezing-menselijke-waardigheid/

[9] https://www.cda.nl/diversiteit/nieuws/kleurrijk-wordt-gehoord-1/ Het stond ook al in het CDA-verkiezingsprogramma van 2002.

[10] https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20260421/senaat_verwerpt_strafbaarstelling

[11] Henri Bontenbal, het kan echt anders, Prometheus Amsterdam 2025

[12] Idem.

[13] Pieter Jan Dijkman en André Poortman onderbouwen in Trouw op 15 december 2025

[14] https://www.cda.nl/nieuws/greet-prins-toelichting-wetsvoorstel-abortus-via-huisarts/ Deze wet afbreking zwangerschap kreeg in 1982 geen steun van de progressieve partijen, omdat het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw niet was vastgelegd (bleef in het strafrecht), nu verdedigt het CDA de wet (autonomie) van de vrouw die erin zou schuilen.

[15] Volkskrant, 25 januari 2011, CDA: Geen abortus meer na 22 weken

[16] https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/06/19/verlinden-cd-v-abortus-regering-weken-voorstel/

[17] https://www.cda.nl/nieuws/het-land-van-morgen-de-hj-schoo-lezing-van-wopke-hoekstra/

[18] https://www.montesquieu-instituut.nl/sites/default/files/doc/1303_pdf_kersbergen.pdf. Zie ook het hoofdstuk over migratie van Henri Bontenbal: Het kan echt anders. Alle hoop is op Europa.

[19] https://www.pvv.nl/images/2025/PVV_Programma_Digi_2025.pdf

[20] Het oproepen tot strafbare feiten behoort daar dus niet onder als geborgd in de wet. Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/themas/recht-veiligheid-en-defensie/terrorismebestrijding/jihadisme-tegengaan.

[21] https://dekanttekening.nl/nieuws/baudet-ik-heb-heel-veel-prachtige-elementen-in-de-islam-leren-kennen2/

[22] De speech is door FVD van de site gehaald, maar nog te raadplegen via https://web.archive.org/web/20200503194803/https://forumvoordemocratie.nl/actueel/toespraak-thierry-baudet-fvd-alv-2017

[23] https://fvd.nl/agenda/de-verboden-boekenkast, zie ook berichten van de organisator op X, Vincent Vos, (@Vincent_FVD)

[24] De tweet van een inmiddels opgeheven account bereikbaar via: https://x.com/thierrybaudet/status/1492115935687290882

[25] https://www.cidi.nl/de-antisemitische-achtergrond-van-rothschild-complottheorieen/

[26] FVD wil de erfbelasting afschaffen in het belang van de middenklassers die tienduizenden euro’s extra zullen overhouden dat een verschil kan maken bij het kopen van een huis, of het anderszins opbouwen van vermogen binnen een familie. Bron: https://fvd.nl/nieuws/fvd-wil-vermogensopbouw-middenklasse-bevorderen-met-afschaffen-erf-en-schenkbelasting

[27] J.L Heldring, Lof van het conservatisme

[28] Conservatief (beschermen en bewaren) staat als term dus niet tegenover progressief (vooruitgang of verandering). Voor een conservatief geldt: onderzoekt alle dingen en behoud het goede. Voor een overzichtsartikel over modern conservatisme in Europa en Amerika lees: De Witte Raaf, editie 195 september – oktober 2018 jaargang 33, Brussel – ISSN 0774-8523.

[29] Definities van personalisme zijn ontleend aan de Stanford Encyclopedy of Philosophy. Hoewel niet exclusief is personalisme gegrond in het christelijk-bijbels denken.

[30] Lees voor goed overzichtswerk: De onzichtbare Maat, Archeologie van goed en kwaad, Andreas Kinneging, Prometheus, februari 2020, ISBN 978903513879714

[31] Naar 1 Thessalonicenzen 5:19-22: “Blus de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Beproef alle dingen, behoud het goede. Onthoud u van elke vorm van kwaad.” (HSV)

[32] Conservatisme in vooroorlogs Nederland, H.W. von der Dunk, Lezing Nederlands-Belgisch historisch congres Leuven op 1 juni 1973 werd gehouden. Zie ook: Karl Mannheim, ‘Das konservative Denken’, Archiv für Sozialwissenschaft und Sozialpolitik, LVII (1927).

[33] Met geleend gedachten van Sebastian Meyer in zijn Essay: De democratische rechtsstaat in sociaalconservatief concept, WB-NSC Augustus 2026

[34] Voor adoptiekinderen, pleegkinderen, kinderen uit éénoudergezinnen (om welke reden dan ook) moeten er ook volop flankerende regelingen zijn zonder enig moreel oordeel. In het sociaal perspectief geldt het natuurlijke gezin met familierechtelijke betrekkingen als normstellend.

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in