U kunt het rapport lezen door op de linkerknop ‘Download publicatie’ te drukken.
Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich in hoog tempo en heeft een steeds grotere invloed op de samenleving, de economie en het functioneren van de democratie. Ook binnen het openbaar bestuur neemt het gebruik van AI snel toe. AI kan overheden helpen om informatie te verwerken, de dienstverlening te verbeteren en ambtenaren te ondersteunen in hun werk. Tegelijkertijd brengt het risico’s met zich mee, onder meer op het gebied van transparantie, afhankelijkheid, privacy, discriminatie en democratische controle.
AI is daarom ook een vraagstuk van goed bestuur, een van de kernpunten van Nieuw Sociaal Contract. De inzet van AI door de overheid moet niet alleen doelmatig zijn, maar ook rechtmatig, uitlegbaar en dienstbaar aan burgers en samenleving. Daarbij is van belang welke systemen worden gekozen, door wie deze worden ontwikkeld en onder welke publieke voorwaarden zij worden toegepast.
Met dit rapport wil het Wetenschappelijk Bureau NSC bijdragen aan de positiebepaling van NSC in het debat over de keuze en inzet van AI. Het rapport richt zich in het bijzonder op de vraag hoe AI kan worden gebruikt in, en ten dienste van, goed openbaar bestuur, zonder dat daarbij publieke waarden, menselijke verantwoordelijkheid en democratische zeggenschap uit het oog raken. Dit rapport kan daarbij tevens dienen als input voor de themagroep AI en democratie zoals dat door Nieuw Sociaal Contract is gestart.
Voor meer informatie over de themagroep en de presentaties van dit rapport kunt u de videoverslagen van de bijeenkomsten van 6 en 30 juni terugkijken. Meer informatie is ook hier te vinden.
Het eerste hoofdstuk behandelt AI-soevereiniteit in het openbaar bestuur. Centraal hierin staat de vraag in hoeverre Nederlandse overheden zeggenschap houden over de gebruikte technologie, data en digitale infrastructuur en hoe de afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven kan worden beperkt. Ook wordt ingegaan op de ontwikkeling van GPT-NL als Nederlands AI-model.
Het tweede hoofdstuk kijkt hoe AI momenteel binnen gemeenten en andere publieke organisaties wordt toegepast. Daarbij komen zowel de mogelijkheden voor efficiëntere dienstverlening en ondersteuning van ambtenaren als de bestuurlijke en maatschappelijke risico’s aan bod.
Het derde hoofdstuk richt zich op bias in taalmodellen. Het laat zien hoe sociale, culturele en politieke vooroordelen in AI-systemen kunnen ontstaan en waarom deze bij overheidstoe-passingen gevolgen kunnen hebben voor gelijke behandeling, representatie en het vertrouwen van burgers.
Het vierde hoofdstuk bespreekt de verschillen tussen open en gesloten AI-modellen. Beide benaderingen worden vergeleken op onder meer transparantie, controle, veiligheid, kosten en publieke onafhankelijkheid. Tot slot worden de inzichten uit de verschillende hoofdstukken samengebracht in een conclusie en aanbevelingen voor een verantwoorde inzet van AI binnen het Nederlandse openbaar bestuur.