Terug

Duurzame staalproductie in Nederland: Mogelijkheden en randvoorwaarden

In Nieuwspoort werd op dinsdag 23 juni het rapport ‘Duurzame staalproductie in Nederland: Mogelijkheden en randvoorwaarden’ gepresenteerd. Een rapport dat niet alleen kijkt naar de houdbaarheid van de bedrijvigheid van Tata Steel Nederland, maar ook een raamwerk definieert dat gebruikt kan worden om vergelijkbare casussen te beoordelen. Anouschka Agob, senior advisor regional & spatial economics bij het Ministerie van Economische Zaken en Stijn Santen, directeur bij Energie Beheer Nederland waren aanwezig om op persoonlijke titel een inleidend en afsluitend woord te doen bij de presentatie van dit rapport. Beide sprekers benadrukten dat ze het ontzettend waardeerden dat dit rapport, in tegenstelling tot veel andere rapporten rond Tata Steel Nederland, een meer holistische benadering heeft.

Dat is ook exact wat de schrijvers Alex Woldhuis, Gert Woelderink, Joost Laarakkers, Niek Koopmeiners en Selwyn Maduro als uitgangspunt hebben genomen. Immers, de effecten van politieke besluitvorming zijn veelzijdig en domein-overstijgend, dus loont het om die besluitvorming ook zoveel mogelijk te baseren op een holistisch overzicht. Geen enkel rapport kan dit op zichzelf, dus is er gekozen om een technische analyse en doorrekening van de mogelijke bedrijfskundige routes voor duurzaam staal de kern van dit rapport te maken en dit aan te vullen met literatuurstudie en een bestuurskundige analyse.

Dit heeft geleid tot een rapport wat met harde cijfers per technische verduurzamingsroute kan onderbouwen:

  • welke investeringen er nodig zijn;
  • tot hoeveel CO-reductie het leidt;
  • welke elektriciteitsbehoefte er is;
  • en dus afgeleid hiervan, wat de CO2-reductie-effectiviteit van elke route is.

Waarbij CO2-reductie-effectiviteit een van de nieuwe elementen in het discours rond Tata Steel Nederland is dat dit rapport toevoegt. In een economie zijn middelen beperkt, of dat nu bijvoorbeeld geld, energie, of netbelasting is. Wil je dus CO2-uitstoot verminderen met beperkte middelen, is het belangrijk om mee te nemen hoe je met beperkte middelen tot maximale CO2-reductie komt. De belangrijkste conclusie van deze analyse is dat:

  • wanneer beide productielijnen die nu op kolen draaien, vervangen worden door productielijnen die op aardgas draaien (DRI-NG), gecombineerd met carbon capture, meer dan 90% aan CO2-reductie oplevert met beperkte toename van (groene) stroomverbruik;
  • terwijl het doorzetten van deze transitie naar productielijnen met waterstof als basis (DRI-H2), minimale extra CO2-reductie oplevert, maar wel een enorme toename van (groene) stroomgebruik kent;
  • dus de CO2-reductie-effectiviteit van deze laatste stap, minimaal is.

Wordt bijvoorbeeld de duurzaam opgewekte energie die nodig is voor waterstofproductie, gebruikt voor warmtepompen, kan de CO2-uitstoot in Nederland veel meer verlaagd worden. In een tijd waarin netbelasting een groot probleem is en de productie van groene stroom nog beperkingen kent, is dit een zeer relevante conclusie.

De tweede focus van het rapport is het Economische Activiteiten Strategie Nederland (EAS-NL) raamwerk. Dit raamwerk bestaat uit een aantal criteria waar dit soort casussen aan getoetst kunnen worden wat betreft de waarde voor de Nederlandse samenleving en waar in dit rapport Tata Steel Nederland aan getoetst is. Deze criteria zijn:

  • belang voor strategische autonomie
  • belang voor veiligheid en defensie
  • waarde voor Nederlandse economie
  • innovatievermogen
  • effect op klimaat en lokale gezondheid
  • positie op ‘Management Culture Ladder’

Tata Steel Nederland is kwalitatief gescoord op deze criteria. De conclusie die daaruit volgt is dat Tata Steel Nederland strategisch behoudenswaardig is, mits de toekomstige productie wordt gericht op hoogwaardige en kritische staalproducten, de lokale gezondheidslast snel en aantoonbaar daalt, CO₂-reductie juridisch wordt geborgd, publieke steun publieke waarde en zeggenschap oplevert, en de route past binnen een bredere Europese staalstrategie. Dit betekent dat publieke steun niet moet worden gekoppeld aan behoud van TSN als zodanig, maar aan behoud van die onderdelen van TSN die aantoonbaar bijdragen aan waarde voor de Nederlandse samenleving die verder gaat dan puur economische waarde.

Een van de criteria lichten we in dit artikel wat toe. Dit betreft het criterium van de positie op de ‘Management Culture Ladder’. In het bedrijfsleven bestaat er al het concept van de ‘Safety Culture Ladder’, waarop de houding van het management van een bedrijf beoordeeld kan worden aangaande bedrijfsveiligheid. Is de houding van het management aangaande veiligheid ontkennend? Reactief? Berekenend? Proactief? Of vooruitstrevend? Dit rapport stelt dat je zo’n analyse ook kan maken betreffende de houding van het management van een bedrijf naar maatschappelijke kwesties zoals klimaat of lokale gezondheid en neemt dit dus mee als één van de criteria die van belang zijn om te bepalen hoe waardevol de bedrijfsactiviteit is voor Nederland.

Het laatste onderdeel van het rapport kijkt naar de mogelijke beleidskeuzes die beleidsmakers kunnen maken in deze casus. Die variëren onder andere van het volledig aan de markt laten, tot subsidie verlenen, tot de vergunningen intrekken en zo de economische activiteit van Tata Steel in Nederland stoppen. Dit rapport heeft een voorkeursoptie verwoord, op basis van de technische doorrekening en de uitkomst van de toetsing aan het EAS-NL kader. Die luidt als volgt: behoud TSN niet tegen elke prijs, maar behoud strategische staalcapaciteit wel als publieke waarde. Kies niet automatisch voor de symbolisch groenste route, maar voor de route met de beste verhouding tussen CO₂-reductie, stroomgebruik, kosten en uitvoerbaarheid. Geef geen blanco subsidie, maar publieke financiering met publieke zeggenschap. Gebruik ETS en CBAM niet alleen als marktprikkels, maar ook als basis voor Europese financiering van groen staal. En organiseer IJmuiden als strategische productielocatie binnen een Europese groenstaalketen, inclusief veilige toegang tot HBI en DRI uit andere landen.

De eindconclusie waar het rapport toe komt luidt als volgt: de meest verstandige route is nu grote reductie realiseren met DRI-NG + EAF + CCS, biomethaan en Europese ketenontwikkeling serieus meenemen, de tweede productielijn zo snel mogelijk schoner maken. Door Europese mechanismen als het emissierechten handelssysteem en de beprijzing van invoer van producten die buiten Europa geproduceerd zijn met veel CO2-uitstoot (CBAM), is het bedrijfseconomisch niet alleen rendabel, maar de verstandige keuze voor Tata Steel Nederland om de transitie naar groen te maken. Dit betekent dat meer subsidie niet noodzakelijk is voor de transitie en dus enkel verstrekt moet worden als het een breder doel ondersteunt dan enkel de vergroening van Tata Steel Nederland. Tata Steel Nederland kan onderdeel zijn van een toekomstbestendige Nederlandse en Europese industrie, maar alleen wanneer de fabriek zelf haar transitie draagt en publieke betrokkenheid wordt gebruikt voor publieke waarde.

Niek Koopmeiners, Jos van Ginneken, Alex Woldhuis, Joost Laarakkers

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in