Terug

Asiel, immigratie en de kosten voor de verzorgingsstaat

Ruud Nijhof – Oud-fractievoorzitter en Kamerlid Democratisch Socialisten ‘70

De kosten van de asielketen in de Rijksbegroting bedragen bijna 9 miljard euro. Anderhalf jaar na toelating zit 90% van de statushouders in een werkloosheidsuitkering; na 9 jaar is dit nog steeds 45%. Doordat zij vaak in deeltijd werken, zit 90% van hen tevens (deels) in de bijstand. Van het totaal aantal mensen in de bijstand is ruim de helft naar herkomst niet-westers immigrant. De bijstand staat voor 8 miljard euro op de Rijksbegroting, waarvan derhalve 3,5 miljard euro door immigranten. Interessante cijfers, afgezet tegen de gevraagde 6,5 miljard euro aan bezuinigingen op de sociale zekerheid van het kabinet-Jetten. Dit nog los van de voorgenomen verslechtering van de AOW.

Van de sociale huurwoningen gaat 20% naar statushouders, veelal binnen enkele maanden. 80% gaat naar Nederlanders, na een wachttijd die kan oplopen tot 10 à 12 jaar. Van de sociale woningen voor grote gezinnen gaat 56% naar statushouders.

Van belang bij immigratie is het niveau van verbondenheid met de ontvangende samenleving en het belang van integratie. Hier ligt een verband met criminaliteit en feitelijke, zowel als ervaren, veiligheid: ruim 50% van de gedetineerden in de penitentiaire instellingen is naar herkomst afkomstig van immigranten, terwijl immigranten als onderscheidende groep naar herkomst een kwart van de gehele bevolking uitmaken.

De cijfers laten zien dat de verzorgingsstaat en met name asielimmigratie op termijn onverenigbaar zijn. De kosten van de asielketen en de uitkeringskosten van asielimmigratie komen ten laste van de Rijksbegroting zonder dat daar premiebetaling aan vooraf is gegaan. Daarmee is sprake van een herverdeling van inkomen ten laste van de belastingbetaler, of van middelen die niet beschikbaar zijn voor andere wensen of noden.

Arbeidsimmigratie, kenniseconomie en innovatie

Naast asielimmigratie is er sprake van forse arbeidsimmigratie. Deels is deze onvermijdelijk bij een krimpende bevolking. Deze instroom is direct productief, in zoverre zij voorziet in een directe vraag op de arbeidsmarkt.

Deels echter wordt onze, qua ambitie, kenniseconomie hierdoor op achterstand gezet. Dit door de lage lonen, de slechte arbeidsomstandigheden, de slechte tot criminele huisvestingspraktijken en de afgewentelde kosten van de negatieve (ecologische) externe effecten op de samenleving van de sectoren waarin zij overwegend werkzaam zijn: tuinbouw, slachterijen en transport. Door de lage lonen wordt onvoldoende geïnvesteerd in innovatie in deze sectoren. Onze minister Eddy van Hijum heeft reeds daadkrachtig in deze sectoren ingegrepen. Aan de huidige minister het karwei af te maken.

De groei van de massa-immigratie, asiel en arbeid, heeft bijgedragen aan de erosie van de directe leefomgeving, met name in de volkswijken van de grote(re) steden, met toch al schaarse voorzieningen. De lasten zijn eenzijdig terechtgekomen en niet in de buurten waar de professionele, hoogbetaalde besluitvormers als regel woonachtig zijn. Zij mochten tevens profiteren van de lage lonen via laagbetaalde nanny’s, werksters, tuinmannen, pakketbezorgers, hondenuitlaters en voedselbezorgers.

Ons politieke systeem wordt gerund door de diplomademocratie, waarbij de laag- en praktisch opgeleiden, die de essentiële functies vervullen, vaak het nakijken hebben. Dit in vergelijking met de hoogopgeleiden, niet alleen op het punt van inkomen, maar minstens zo belangrijk op het punt van concurrerende normen en waarden en verschillen in identiteit, en de hieruit voortvloeiende maatschappelijke beleving en prioriteiten.

Het saldo van deze ontwikkeling heeft geleid tot maatschappelijke onvrede en vervreemding. Urgent is nu de vraag hoe deze ontwikkeling doorzet: niet alleen binnen Nederland, maar ook internationaal.

Langetermijneffecten van immigratie en krimp

Het gaat bij krimp van de eigen bevolking, naast gelijktijdige massa-immigratie, om een dubbele schaarbeweging. Op internationaal en nationaal niveau versterken deze ontwikkelingen elkaar.

Op internationaal niveau krimpen continenten c.q. landen als China, Rusland, Europa, Japan en Zuid-Korea fors, met een geboortecijfer beneden de vervangingswaarde, terwijl India en vooral Afrika sterk groeien. Zoals Pieter Omtzigt in zijn Schoo-lezing vermeldt, bedraagt de groei van de bevolking van Ethiopië of die van de Republiek Congo ieder voor zich op dit moment al meer dan de totale groei van Europa. Voor de groei van Nigeria is dat zelfs twee keer meer dan de krimp in Europa.

Bevolkingsgroei genereert op zijn beurt weer extra groei, terwijl krimp op krimp tot versnelde krimp leidt. Deze ontwikkeling is van wezenlijk belang voor de geopolitieke machtsverhoudingen, de ideologische krachtsverhoudingen tussen West, Oost en Zuid, de ecologische crisis en de druk op de nationale grenzen door achterblijvende economische ontwikkeling en het risico op klimaatvluchtelingen.

Kijken we naar Nederland, waar het geboorteniveau van de eigen bevolking ligt op 1,43, terwijl voor de vervangingswaarde 2,1 nodig is. Een eenvoudig rekenmodel laat zien waartoe dat op termijn bij wisseling van de generaties leidt: op 100 geboorten geen 100, maar 75, en vervolgens per generatie daar weer 75% van, enzovoort. Dan zou de Nederlandse bevolking op termijn uitsterven.

Ontwikkelingen kunnen uiteraard niet zomaar eindeloos worden geëxtrapoleerd. Toch laat een historisch voorbeeld zien hoe snel het kan gaan. In 1965 had Nederland 11 miljoen inwoners, nu 18 miljoen, waarvan een kwart naar herkomst uit immigratie, en er wordt nu gesproken over 20 miljoen in 2050. Bij de huidige instroom is dit zelfs 22 miljoen.

Deze ontwikkeling beïnvloedt sterk de verhouding in normen en waarden, in cultuurverschillen, tussen de samenstellende delen van de bevolking. Meer van het een — immigranten — en minder van het ander — eigen bevolking.

Afhankelijk van de herkomst van de instroom en de culturele afstand tussen immigranten en de eigen bevolking, vergroot dit de kans op spanning of polarisatie en gebrek aan verbinding tussen de groepen en met de samenleving. Hoe meer heterogeniteit, hoe sterker de kans op een low-trustsamenleving, laat sociologisch onderzoek zien.

Bij het passeren van de grens is het natuurlijk niet zo dat immigranten plotsklaps hun bijvoorbeeld islamitische normen en waarden loslaten en transformeren naar normen en waarden ontleend aan de moderniteit. Onderzoek laat zien dat het opleidingsniveau van immigranten per generatie geleidelijk opklimt, doch op het terrein van identiteit is dat niet het geval. Men blijft in verbinding met het land van herkomst en de eigen groep in de Nederlandse samenleving.

Een eigen infrastructuur aan door de overheid gesubsidieerd bijzonder onderwijs, moskeeën en (sociale) media maakt deze segregatie mogelijk. Integratie blijft hierdoor beperkt. De politiek valt op door over deze ontwikkelingen goeddeels te zwijgen. Wie pakt de handschoen op om deze kwesties op de agenda te zetten?

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in