Terug

De verborgen logica achter sociale ongelijkheid

Op 23 september 2026 organiseerde het Wetenschappelijk Bureau NSC in samenwerking met het wetenschappelijk instituut van 50PLUS een symposium over bestaanszekerheid, een van de kernwaarden van NSC. Schrijver en NSC-lid Jacques de Wit was een van de sprekers. Hij gaf zijn visie op de moderne ethiek en welke invloed deze heeft op onze manier van denken. Hieronder staat zijn bijdrage. Het videoverslag kunt u terugkijken op ons YouTube kanaal.


Opening

In het verleden werd welstand in belangrijke mate bepaald door afkomst en overerving. Zo maakte het enorm veel uit waar je wieg had gestaan. De meritocratie stelde daar iets anders tegenover: niet je afkomst, sekse of huidskleur, maar je talent en inzet zouden bepalend moeten zijn. Wie hard werkt en zijn talent goed gebruikt, kan maatschappelijk stijgen en succesvol worden. En daar lijkt op zichzelf weinig mis mee.

N.B. De term meritocratie werd in 1958 geïntroduceerd door Michael Young. Het is een combinatie van het Franse woord mérite (verdienste) en het Griekse kratos (macht/kracht).

Succes levert echter niet alleen welstand op. Een goede eigen positie kan veiligheid, zekerheid en bescherming bieden. En daarmee een morele afstand scheppen tot maatschappelijke gevolgen die anderen wél ondervinden.

Precies daar raakt voor mij meritocratie aan bestaanszekerheid.

Ik geef enkele voorbeelden

Stel u een directeur voor van een fabriek die de omgeving vervuilt. De directeur beschikt over voldoende middelen om zelf op veilige afstand te wonen. De mensen die rond de fabriek wonen, hebben die keuze niet allemaal.

Ook denk ik aan de slachtoffers van de Toeslagenaffaire, die voor hun rechtsherstel afhankelijk blijven van instituties die zelf nauwelijks de gevolgen ondervinden.

Waarom dit boek?

De gedachte is dat wie de gevolgen van een meritocratisch ethos niet zelf ondervindt, er gemakkelijk toondoof voor kan worden.

In dit verband herinner ik me iemand die in een luxe restaurant, zonder enige terughoudendheid, liet weten dat hij in zijn omgeving van een bepaald maatschappelijk probleem nog nooit had gehoord. Ik vond die opmerking opmerkelijk.

De vraag die mij bleef bezighouden was: Wist deze persoon werkelijk niet dat dit probleem bestond? Was hier sprake van ontkenning? Of speelde hier iets anders: een meritocratisch mensbeeld waarin maatschappelijke problemen gemakkelijk worden teruggebracht tot individuele verantwoordelijkheid?

Juist die opmerkelijke collectieve sociale doofheid die ik op dat moment meende waar te nemen was voor mij een belangrijke reden om dit te onderzoeken.

TOPOS

We zien onszelf graag als een samenleving die is opgebouwd rond rechtvaardigheid, eerlijkheid en gelijke kansen voor iedereen. Dat zelfbeeld is niet zondermeer ongegrond. Maar er gebeurt iets wanneer meritocratie overgaat in meritocratisme.

Meritocratisme

Velen onder ons kennen wellicht de uitdrukking: De overwinnaar schrijft geschiedenis. In het meritocratisme gebeurt iets vergelijkbaars, maar fundamenteler. De winnaar heeft niet alleen gewonnen; zijn succes wordt het bewijs dat hij zijn positie heeft verdiend en een naar westerse normen geslaagd mens is. En als succes de eigen verdienste wordt, ligt de omgekeerde conclusie gevaarlijk dichtbij: Wie niet slaagt, heeft dit mogelijkerwijs aan zichzelf te danken.

Die gedachte is inmiddels diep doorgedrongen in ons maatschappelijke denken. Dit bepaalt niet alleen hoe we naar onszelf en naar elkaar kijken, maar heeft ook haar weg gevonden in politiek, bestuur en instituties. Begrippen als zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid en kansen benutten lijken neutraal, maar dragen een kenmerkend westers mensbeeld in zich.

Bezie wat het met mensen kan doen wanneer zij langdurig werkloos zijn, worden afgekeurd of om andere redenen aan de spreekwoordelijke kant van de samenleving komen te staan. Zij verliezen niet alleen hun plaats in het arbeidsproces, maar kunnen met gevoelens worstelen dat zij niet langer meetellen of zelfs als individu hebben gefaald.

Zo kan wat in aanhef een maatschappelijk probleem is, binnen een meritocratisch mensbeeld steeds meer als individueel tekortschieten worden beleefd.

Terrorisme

Juist daar komt het tweede woord uit mijn titel in beeld. Ik gebruik het woord terrorisme bewust provocerend.

Niet om meritocratisme gelijk te stellen aan politiek of fysiek geweld. Maar om zichtbaar te maken dat een ogenschijnlijk redelijke maatschappelijke orde vormen van druk, uitsluiting en beschadiging kan voortbrengen. Zonder dat iemand zich daarvan de dader of verantwoordelijk hoeft te voelen.

Die benadering werkt ook door in de manier waarop de overheid functioneert. Steeds meer is de overheid gaan sturen op rendement en meetbaarheid. Dat zien we terug in vinkjes, spreadsheets en het streven naar efficiëntie. Het risico bestaat dat daardoor een gelegitimeerde vorm van collectief wegkijken ontstaat. De papieren werkelijkheid kan kloppen, terwijl de menselijke gevolgen buiten beeld blijven.

Het opvallende daarbij is: Er is geen openlijke dader. Niemand hoeft bewust het kwaad te willen. En toch kan een meritocratisch ethos mensen ernstig beschadigen. Juist omdat dit ethos zo collectief gedragen wordt, hoeft niemand zich daarvan de dader te voelen of verantwoordelijkheid te nemen.

Geen openlijke dader → wel aantoonbare gevolgen → verantwoordelijkheid wordt diffuus.

Echter, daarmee is nog niet verklaard hoe het meritocratisme zo’n voedingsbodem heeft kunnen vinden. Welke maatschappelijke ontwikkelingen hebben eraan bijgedragen dat dit mensbeeld zo vanzelfsprekend is geworden?

Secularisatie, versnelling, individualisering en meritocratie

  • Onder invloed van Verlichting en wetenschap verloor religie geleidelijk haar vanzelfsprekende positie als verklaring voor de mens en zijn plaats in de wereld. Ook het concept God werd gaandeweg twijfelachtig. Friedrich Nietzsche zou die ontwikkeling later samenvatten met de woorden: ‘God is dood.’ Traditionele religieuze ankers verloren ongecompliceerd aan diepe betekenis. Het hiernamaals maakte als oriëntatiepunt steeds meer plaats voor het hiernumaals.De mens werd daarmee nadrukkelijker op zichzelf aangewezen om betekenis en richting aan zijn eigen bestaan te geven. En ook daar lijkt op zichzelf weinig mis mee. Maar er verschuift wel iets: wie geacht wordt zelf richting aan zijn leven te geven, kan ook steeds gemakkelijker verantwoordelijk worden gehouden voor de uitkomst hiervan.
  • Versnelling: Deze dimensie is doorgedrongen in vrijwel alle aspecten van ons leven. Een van de uitkomsten is dat we steeds meer proberen te doen in steeds minder tijd. Daarbij is druk zijn een teken van maatschappelijk succes geworden. Wie druk bezig is en zichtbaar veel en hard werkt, laat daarmee zien dat hij voldoet aan een belangrijk ideaal van de meritocratische samenleving. Druk zijn wordt op deze manier bijna een teken van succes die zelfs de sociale status verhogen.
  • Individualisering: Individualisering verandert ook onze persoonlijkheidsstructuur. Met individualisering komt het individu steeds nadrukkelijker in het centrum van zijn eigen levensloop te staan. Onafhankelijkheid en zelfbeschikking worden daarbij belangrijke waarden. We zijn ons leven steeds meer gaan beschouwen als iets dat we zelf moeten vormgeven, optimaliseren en voortdurend doorontwikkelen. Zelfontplooiing is daarmee steeds meer een dagelijkse opdracht geworden. De sterk gegroeide coachingindustrie is daarvan misschien wel een treffende illustratie.
  • Meritocratisme:
    Op deze 3 voorgaande ontwikkelingen sluit het meritocratisme aan. Niet omdat secularisatie, versnelling en individualisering als vanzelf tot meritocratisme leiden, maar omdat zij gezamenlijk bijdragen aan een samenleving waarin het individu steeds meer centraal komt te staan.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Maar wanneer het individu steeds nadrukkelijker verantwoordelijk wordt voor zijn eigen welstand, ontstaat ook de vraag wat er gebeurt met onze verantwoordelijkheid voor elkaar.

Zorg en solidariteit hebben we voor een belangrijk deel geïnstitutionaliseerd. Daarmee zijn ook oudchristelijke waarden als erbarmen en mededogen steeds meer ondergebracht bij de overheid en maatschappelijke instituties.

Zo ontstaat een opmerkelijke beweging: terwijl de verantwoordelijkheid voor onze eigen welstand steeds dichter bij onszelf komt te liggen, kan de verantwoordelijkheid voor de ander juist verder van ons af komen te staan.

Maar daarmee is dit veranderende mensbeeld nog niet volledig verklaard. Ook economische ontwikkelingen hebben eraan bijgedragen.

Een nieuwe orde

Na de Tweede Wereldoorlog vindt economisch een belangrijke verschuiving plaats. De oude Europese industriële orde, met Groot-Brittannië lange tijd als koploper, verliest haar dominante positie. Het economische zwaartepunt verschuift naar de Verenigde Staten. Niet alleen de Amerikaanse economie wordt bepalender; ook de dollar en Amerikaanse ideeën over productie, groei en consumptie krijgen steeds meer invloed. Begrippen als Scientific – en Human Resources Management vinden hun weg naar Europa.

In Europa staat aanvankelijk de wederopbouw centraal. Er moet worden hersteld, opgebouwd en geproduceerd. Maar naarmate de welvaart toeneemt, verandert ook de functie van de economie. Het gaat niet langer om het produceren van wat mensen nodig hebben. Consumptie wordt steeds meer een motor voor economische groei.

Daarmee ontstaat geleidelijk aan een andere samenleving. De burger wordt in belangrijke mate consument. Nieuwe behoeften komen op en economische groei vraagt om voortdurende vernieuwing en nieuwe producten. Wat gisteren nog luxe was, kan morgen als normaal worden ervaren.

Ook de waarden veranderen mee. Groei, concurrentie, innovatie en voortdurend ontwikkelen worden kenmerken van de moderne economie. Een systeem dat wil blijven groeien, kan zich nauwelijks stilstand veroorloven.

En wat voor de economie geldt, gaat steeds meer ook voor het individu gelden: stilstaan wordt achteruitgaan. Met hard werken als nieuwe norm.

Er ontstaat aldus niet alleen een nieuwe economische orde, maar ook een ander ideaal van de mens. We gaan steeds meer van onszelf verwachten, dat we ons blijven ontwikkelen, kansen benutten en vooruitkomen.

Bij politici als Bill Clinton en Tony Blair krijgt dat later ook een politieke vertaling: permanente educatie, een leven lang leren. In een voortdurend veranderende arbeidsmarkt moet ook het individu zich voortdurend blijven ontwikkelen en aanpassen. Wie dat niet doet, dreigt achterop te raken.

De stilstand die in de economie problematisch wordt, wordt dat ook in het individuele leven.

Maar deze nieuwe orde heeft nog een bijzondere eigenschap: het kan nauwelijks genoegen nemen met wat al is bereikt. Groei vraagt om consumptie, consumptie voedt nieuwe verwachtingen en om het bereikte niveau in stand te houden, zijn we welhaast gedrongen door te gaan op de ingeslagen weg. Met alle uitkomsten van dien.

Henk Oosterling formuleert de consequentie daarvan een stuk minder omzichtig: ‘Wanneer we zo doorgaan, gaan we gewoon naar de sodemieter.’

In zijn analyse ontbreekt de spreekwoordelijke stip aan de horizon. Er is geen eindpunt waarop we kunnen zeggen: nu is het genoeg. Groei vraagt steeds opnieuw om verdere groei.

Geen weg terug

En precies daar raakt deze economische dynamiek aan wat wel de hedonistische loopband wordt genoemd. We raken gewend aan hetgeen we hebben verworven. Wat eerst bijzonder was, wordt al vrij snel weer gewoon en wat eerst luxe was, wordt na verloop van als vanzelfsprekend.

Voor een economie die afhankelijk is van groei is dat van groot belang. Echter, wanneer onze behoeften eenmaal zijn bevredigd, moeten er nieuwe verlangens ontstaan. We kopen niet meer uitsluitend omdat we iets nodig hebben, maar ook omdat wat we bezitten betekenis krijgt voor wie we zijn en hoe we door anderen worden gezien.

Het is René Girard die met zijn mimetische theorie hierop wijst.

En daarmee verandert ook de betekenis van succes. Niet alleen wat we nodig hebben telt, maar steeds meer wat we zichtbaar hebben bereikt. De woning, de auto, de vakantie, onze opleiding en uiteindelijk zelfs onze levensstijl kunnen tekenen van maatschappelijk succes worden. Iets wat Thorstein Veblen beschrijft als opzichtige consumptie.

Maar het bijzondere van die loopband is dat het bereikte maar tijdelijk voldoening geeft. Zodra een bepaald niveau normaal is geworden, verschuift de norm opnieuw. We vergelijken ons met anderen en met wat inmiddels mogelijk is geworden. Genoeg is daardoor steeds moeilijker vast te stellen.

Dat raakt rechtstreeks aan het meritocratische denken. Want wanneer bezit en maatschappelijk succes steeds meer worden gezien als het resultaat van eigen keuzes, inzet en talent, krijgt ook het sociale verschil tussen mensen een morele betekenis.

Wie minder heeft bereikt, kan gemakkelijk het gevoel krijgen maatschappelijk niet alleen minder succesvol, maar ook persoonlijk tekortgeschoten te zijn.

Bestaanszekerheid

En hier komen we terug bij de vraag waarmee dit symposium zich bezighoudt: bestaanszekerheid. Want wanneer succes steeds vaker wordt gezien als eigen verdienste, wordt bestaansonzekerheid bijna als vanzelf de eigen verantwoordelijkheid.

Daarmee wordt bestaanszekerheid meer dan een inkomensvraag. Het gaat ook om de vraag in hoeverre mensen erop mogen vertrouwen dat de samenleving hen beschermt wanneer zij niet aan het ideaal van het succesvolle, zelfredzame individu kunnen voldoen.

Wie zelf beschikt over inkomen, opleiding, een netwerk, juridische kennis en maatschappelijke bescherming, kan zich gemakkelijker aan de gevolgen van het systeem onttrekken.

En wie die gevolgen niet zelf ondervindt, kan er gemakkelijk toondoof voor worden.

Portee van het verhaal
De meritocratie beloofde dat afkomst minder belangrijk zou worden en prestatie meer. Maar wanneer succes vervolgens als eigen verdienste wordt beschouwd, dreigt falen als eigen schuld te worden gezien. Dat denken is doorgedrongen tot in instituties en beleid. Maatschappelijke oorzaken van bestaansonzekerheid worden zo vertaald in individuele verantwoordelijkheid: wie niet slaagt, heeft kennelijk niet goed genoeg voor zichzelf gezorgd.

Wie zelf beschermd is tegen de nadelige gevolgen van deze maatschappelijke ordening, kan gemakkelijk sociaal doof worden voor degenen die deze gevolgen wél ondervinden. Misschien verklaart dat ook waarom maatschappelijke misstanden lang kunnen voortbestaan zonder brede collectieve verontwaardiging.

Collectieve overtuigingen en denkbeelden waaronder meritocratisme scharen kunnen dermate van vanzelfsprekend worden dat we ze niet langer als collectief herkennen, maar als onze eigen overtuiging kunnen gaan ervaren. (Kurt Baschwitz)

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in