Pepijn Hamer (30) schrijft aan een zevendelige young adult-fantasyreeks waarin Nederland het decor vormt voor een wereld vol magie, monsters en draken. Zijn eerste boek, Hollandos – Ogen van de Prins, verscheen vorig jaar en Hamer legt op dit moment de laatste hand aan deel twee. Het verhaal speelt zich af in een magische wereld die sterk doet denken aan Nederland, maar waarin ook gevaarlijke prins, oude molens en draken voorkomen. We spraken met Hamer over zijn liefde voor fantasy, Nederlandse sagen en cultuur en de rol van diversiteit in zijn verhalen.
Kun je jezelf eerst voorstellen?
„Ik ben Pepijn Hamer, ik ben dertig jaar oud en woon met mijn vrouw Sterre in Nijmegen. Ik ben geboren in Brabant. Precies twee jaar geleden ben ik begonnen met schrijven. Eigenlijk ben ik mijn hele leven al een creatieveling. Ik heb een opleiding in digitale vormgeving gedaan en ben daarna werknemer geweest bij een bedrijf dat attracties voor pretparken ontwierp. Zo heb ik bijvoorbeeld meegewerkt aan de treinattractie in het Spoorwegmuseum. Daarnaast heb ik voor Italiaanse en Chinese pretparken gewerkt en aan attracties in Duitsland.
Tijdens corona kwam daar een einde aan, omdat pretparken minder gingen investeren. Daarna ben ik bij een autobedrijf gaan werken. Dat was op zichzelf goed werk, maar ik miste de ruimte voor creativiteit. Op een gegeven moment raakte ik met familie in gesprek en ontstond het idee voor Hollandos: een fantasy versie van Nederland. Dat idee is vervolgens steeds verder gegroeid.”
Waar komt jouw liefde voor fantasy vandaan?
„Als kind heb ik onder andere De Griezelbus gelezen. Zowel het boek als de films vind ik geweldig. Ook het verhaal van Raveleijn van de Efteling vond ik heel mooi. Daarnaast las ik vooral veel vertaalde Engelse fantasy, zoals Narnia en Percy Jackson. Die boeken hebben mij echt geïnspireerd en ervoor gezorgd dat ik fantasy zo leuk ben gaan vinden.
Tegelijkertijd kwamen we daardoor op een interessant punt: er is eigenlijk niet zo heel veel Nederlands-geïnspireerde fantasy. We hebben natuurlijk wel verhalen die in de buurt komen, zoals Koning van Katoren en Raveleijn, maar echte high fantasy, met een volledig eigen wereld en allerlei eigen rassen, zie je hier veel minder. Ook Hollandos past meer in het genre Young Adult.”
En daar is Hollandos dan een antwoord op?
„Ja. In één zin is Hollandos een young adult-fantasyverhaal, geïnspireerd door de Nederlandse cultuur.
De hoofdpersoon, Bente, is lesbisch en woont in een dorp met een oude molen waar niemand in de buurt komt. Ze stapt die molen binnen en komt, net als in Narnia, terecht in een magische wereld. Alleen lijkt die wereld sterk op Nederland. Er zijn magie, ridders en draken, maar ook een gevaarlijke prins die de wereld wil overnemen. En dan moet iemand het opnemen tegen hem.
Het eerste boek is heel klassiek opgebouwd. De personages ontdekken een nieuwe wereld en de lezer ontdekt die wereld samen met hen. Er komen uiteindelijk zeven boeken. Het einde van het zevende boek heb ik inmiddels al geschreven, maar het wordt nog een hele reis om daar te komen.”

Je schreef de eerste versie in het Engels. Waarom?
„Ik wilde Nederland aan de wereld laten zien. Daarom heb ik de eerste versie in het Engels geschreven. Maar uiteindelijk bleek de grootste vraag juist naar een Nederlandse vertaling te zijn.
Dat heeft verschillende redenen. Jonge lezers lezen tegenwoordig natuurlijk zowel Engels als Nederlands, maar er is ook een jongere doelgroep waarbij de ouders het boek kopen. Die ouders hebben vaak liever een Nederlands boek. Bovendien sluiten de Nederlandse vertaling en de Nederlandse toon beter aan bij de concepten die in Hollandos zitten.
Het is tenslotte een verhaal dat heel sterk uit onze eigen cultuur voortkomt.”
Je vrouw Sterre wordt ook genoemd als mede-auteur. Hoe zit dat precies?
„Het boek is volledig door mij geschreven, maar Sterre moet het de hele dag aanhoren.” lacht „Dat is meestal gelukkig heel gezellig. Ze heeft ook belangrijke, diepere verhalen aangedragen en speelt een belangrijke rol bij de Nederlandse vertaling.
Het tweede deel verschijnt in november 2026 in het Engels en in maart 2027 in het Nederlands. Uiteindelijk willen we vanaf het vierde boek de Engelse en Nederlandse versie tegelijkertijd uitbrengen, zodat Nederlandse lezers niet voortdurend bang hoeven te zijn voor spoilers. Het doel is om ongeveer ieder jaar een boek uit te brengen, zodat de lezersgroep met de serie kan meegroeien.”
Je gebruikt in Hollandos veel Nederlandse cultuur. Wat maakt Nederlandse sagen en mythen anders dan bijvoorbeeld Germaanse fantasy?
„Het interessante is dat veel Nederlandse sagen uiteindelijk ook geïnspireerd zijn door verhalen uit de Duitse cultuur. We hebben tegenwoordig een lijntje op een kaart gezet, maar vroeger waren grenzen natuurlijk veel minder scherp.
Je ziet dat ook terug in onze cultuur. Langs de oostgrens zijn er veel Duitse invloeden, in het zuiden Vlaamse invloeden en daarnaast zijn er ook Schotse invloeden. Nederland bestaat als land bovendien nog helemaal niet zo lang. Onze cultuur is door de eeuwen heen gevormd door allerlei verschillende invloeden.
Veel verhalen uit de Nederlandse cultuur gaan bovendien over familie en dingen die dichtbij ons staan. Kijk bijvoorbeeld naar De Aardappeleters van Van Gogh. Dat is een familiescène, en toch is het een wereldberoemd schilderij.”
Toch heeft Hollandos ook een duidelijke eigen Nederlandse identiteit.
„Zeker. Er zitten bijvoorbeeld invloeden uit de Antillen en uit de Nederlandse geschiedenis in. Maar het is geen gelovig boek en het heeft niet specifiek calvinistische invloeden.
Vanaf de latere boeken duik ik dieper in het concept dat ‘De Zeven Sterren’ heet. Tegen die tijd zullen de lezers ouder zijn en gaan we dieper in op de invloed van verschillende religies. Daarvoor put ik inspiratie uit alle geloven die we in Nederland kennen, van christendom tot jodendom en islam. Daarbij is het natuurlijk belangrijk dat je niemand onnodig op de tenen trapt.
Een waarde die voor mij in ieder geval heel belangrijk is, is dat lhbt-rechten in Hollandos volledig geaccepteerd zijn. Dat vind ik belangrijk vanwege de mensen om mij heen. Ik zie dat mensen daar in de echte wereld nog steeds vreemd om worden aangekeken. In Hollandos is het geen ‘ding’. Het hoort gewoon bij de wereld.”
Ook de vrouwelijke personages vallen op.
„Van de hoofdpersonen zijn er drie vrouwelijk. Dat is geïnspireerd door de sterke vrouwen in mijn eigen leven. In veel fantasy zie je toch nog vaak de mannelijke held met de slimme vrouwelijke sidekick. Dat wilde ik anders doen.”

Waarom zouden mensen Hollandos moeten lezen?
„Omdat het een young adult-fantasyverhaal is dat gebaseerd is op Nederland. Dat zie je eigenlijk meteen zodra je het boek openslaat. Dat maakt het uniek.
Ik merk dat veel mensen in een hokje worden geplaatst: lhbti, autisme, dyslexie… Ik wil mensen een verhaal geven waarmee ze zich kunnen identificeren en waarmee ze zich tegelijkertijd kunnen losmaken van de echte wereld. Je stapt een cultuur binnen die je als Nederlander herkent, maar waarin vervolgens alles mogelijk is.”
Fantasy lijkt de laatste jaren enorm populair te zijn geworden. Merk je dat zelf ook?
„Eigenlijk niet. Ik heb mijn hele leven al fantasy om me heen gehad. Voor mij voelt het daarom niet alsof het ineens enorm is gegroeid.
Maar de wereld is natuurlijk onrustig, wat je daar ook van vindt. Je leest het nieuws en heel veel daarvan is negatief. Fantasy is een genre waarmee je daar echt even uit kunt stappen. Je kunt jezelf verliezen in een verhaal. Het is een vorm van escapisme, maar het kan ook inspiratie geven.
Dat zie je bijvoorbeeld ook bij de opkomst van romantasy. Mensen willen even in een ideaalplaatje geloven en daar even in leven.”
Is fantasy daarmee ook een spiegel van de tijd waarin we leven?
„Literatuur wordt altijd geschreven in de tijd waarin de schrijver leeft. The Lord of the Rings is bijvoorbeeld geschreven in een tijd waarin het idee van ver van huis iets gevaarlijks moeten bestrijden om je thuis te verdedigen heel herkenbaar was.
Wij leven nu in een wereld waarin mensen met internet alles kunnen weten, alles kunnen zien en alles kunnen vinden. Tegelijkertijd hebben mensen juist behoefte aan een plek waar ze daar even aan kunnen ontsnappen.
Een plek waar je even weg kunt zijn, maar waar je uiteindelijk ook weer thuis kunt komen. En dat is precies wat Hollandos voor mij ook is.”