Terug

Vrijheid en gelijkwaardigheid: bevochten waarden

Tijdens het tweede jaarsymposium van het Wetenschappelijk Bureau sprak demograaf Jan Latten over de manier waarop Nederland verandert, onder meer als gevolg van immigratie. Later die dag stond Walter Heijder stil bij verleden en heden van twee van de vier waarden uit de participatieverklaring die nieuwkomers bij hun inburgering ondertekenen: vrijheid en gelijkwaardigheid. Waarden die vanzelfsprekend kunnen lijken, maar dat historisch en internationaal allerminst zijn.

Vrijheid: een bevochten recht

Vrijheid kent verschillende vormen. Twee daarvan zijn de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. Beide werden in Europa in de achttiende eeuw onderwerp van een felle intellectuele en politieke strijd.

Een hoofdrol daarin speelde Voltaire. Zijn betrokkenheid bij de zaak-Calas werd een beroemd voorbeeld van zijn strijd tegen religieuze intolerantie. Jean Calas, een protestantse koopman uit Toulouse, werd in 1762 geëxecuteerd wegens de vermeende moord op zijn zoon. Voltaire raakte ervan overtuigd dat anti-protestantse vooroordelen de rechtsgang hadden beïnvloed. Hij onderzocht de zaak, correspondeerde met betrokkenen en mobiliseerde via zijn publicaties de publieke opinie.

In zijn Verhandeling over de verdraagzaamheid plaatste hij de zaak in een breder pleidooi tegen religieus fanatisme. In 1765 werd Calas postuum gerehabiliteerd. Vrijheid van geweten en meningsuiting waren daarmee niet alleen filosofische beginselen, maar kregen een gezicht. Het bijzondere aan Voltaires optreden was bovendien dat hij een individueel geval gebruikte om een veel algemener probleem zichtbaar te maken: wat gebeurt er wanneer overtuiging, meerderheid en staatsmacht elkaar versterken en afwijkende stemmen onvoldoende bescherming genieten?

Tijdens de Franse Revolutie werd de vrijheid van meningsuiting vastgelegd in de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger van 1789. Twee jaar later kreeg deze vrijheid ook een prominente plaats in het Eerste Amendement op de Amerikaanse Grondwet.

Dat zulke rechten eenmaal zijn vastgelegd, betekent niet dat zij voorgoed onaantastbaar zijn. In september 2025 stelde NOS-correspondent Arjen van der Horst bijvoorbeeld de vraag hoe vrij het vrije woord in het Verenigd Koninkrijk nog is. Hij wees daarbij onder meer op politieoptreden naar aanleiding van uitingen op sociale media en bij demonstraties.

Een opmerkelijke Britse zaak is die van Trudi Warner. Deze gepensioneerde maatschappelijk werkster stond in 2023 bij een rechtbank in Londen met een bord waarop zij juryleden wees op hun recht om volgens hun geweten tot een oordeel te komen. De Solicitor General verzocht het High Court toestemming haar wegens minachting van de rechtbank te vervolgen. Het High Court wees dat verzoek in april 2024 af. Juist zulke zaken laten zien dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet alleen in autoritaire staten, maar ook binnen gevestigde democratische rechtsstaten voortdurend onderwerp van debat blijven.

Ook godsdienstvrijheid is minder vanzelfsprekend dan zij vanuit Nederlands perspectief misschien lijkt. Dat wordt zichtbaar in de levens van twee Nederlanders die hun religieuze overtuiging ingrijpend veranderden. Fieke Opdam trad op haar achttiende in een klooster in en brak jaren later met de katholieke kerk, hoewel zij haar geloof in God behield. Voormalig PVV-Kamerlid Joram van Klaveren, ooit een uitgesproken criticus van de islam, bekeerde zich in 2018 juist tot die godsdienst.

Dat mensen een geloof kunnen aannemen, verlaten of verwisselen zonder dat de staat dat verhindert, is historisch én internationaal bijzonder. Onderzoek van het Pew Research Center laat zien dat overheidsbeperkingen van godsdienst en maatschappelijke vijandigheid rond religie wereldwijd sterk uiteenlopen. Vrijheid vraagt daarom niet alleen om wetten, maar ook om een cultuur waarin afwijkende overtuigingen kunnen bestaan en waarin iemand van overtuiging kan veranderen zonder daarvoor door de staat te worden gestraft.

Gelijkwaardigheid: van ideaal naar werkelijkheid

Een tweede waarde uit de participatieverklaring is gelijkwaardigheid. Ook die kent verschillende dimensies. Een daarvan is de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen.

In zijn dit jaar verschenen boek Verlichting verbaast filosoof Maarten Doorman zich erover „dat de halve volwassen bevolking in de eeuw van de rede kennelijk als minderwaardig werd gezien”. Vaak wordt het begin van het moderne debat over vrouwenrechten rond de Franse Revolutie geplaatst. Zo publiceerde Olympe de Gouges in 1791 haar Verklaring van de rechten van de vrouw en de burgeres. Een jaar later verscheen Mary Wollstonecrafts Een verdediging van de rechten van de vrouw.

Maar de discussie was ouder. Al in 1697 hield Daniel Defoe, later beroemd geworden met Robinson Crusoe, in Een essay over projecten een opmerkelijk pleidooi voor beter onderwijs voor vrouwen.

Volgens Defoe lag een belangrijk verschil tussen mannen en vrouwen niet in hun aangeboren vermogens, maar in hun opvoeding. Hij schreef, vrij vertaald: „Het grote onderscheid dat wij in de wereld tussen mannen en vrouwen zien, ligt in hun onderwijs.” Zijn conclusie was voor zijn tijd opvallend: „Mannen zouden vrouwen als metgezellen moeten beschouwen en hen zo moeten opleiden dat zij daarvoor toegerust zijn.” Daarmee wees Defoe op een mechanisme dat in later eeuwen telkens zou terugkeren in discussies over gelijkwaardigheid: verschillen in maatschappelijke positie hoeven niet noodzakelijk voort te komen uit verschillen in aanleg, maar kunnen ook het gevolg zijn van ongelijke kansen.

Meer dan drie eeuwen later is op onderwijsgebied veel van die wens werkelijkheid geworden. Our World in Data constateert dat de wereldwijde verschillen tussen jongens en meisjes in deelname aan primair en secundair onderwijs grotendeels zijn verdwenen. In het hoger onderwijs zijn jonge vrouwen wereldwijd inmiddels zelfs vaker ingeschreven dan jonge mannen. Afghanistan vormt een schrijnende uitzondering.

Vrijheid en gelijkwaardigheid staan tegenwoordig in een verklaring die nieuwkomers in Nederland wordt gevraagd te onderschrijven. Hun geschiedenis laat zien dat het geen waarden zijn die simpelweg tot het Nederlandse of westerse erfgoed „behoren”. Ze zijn het resultaat van eeuwen van debat, conflict en maatschappelijke verandering.

Juist daarom verdienen ze meer dan een handtekening onder een participatieverklaring. Ze vragen om kennis van hun geschiedenis en om de bereidheid ze telkens opnieuw in praktijk te brengen.

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in