Nieuw Sociaal Contract bestaat drie jaar, van harte gefeliciteerd! Een verjaardag is een moment van feestvieren uiteraard, maar ook een goed moment om terug te blikken voordat het nieuwe levensjaar van start gaat. In tegenstelling tot een normale derde verjaardag hebben we weinig babyfoto’s om op terug te kijken, voor een politieke beweging is het beter om te kijken naar de ideeën en het gedachtegoed weer eens tegen het licht te houden. NSC profileerde zich vanaf het eerste begin op het thema ‘goed bestuur’, volgens de oprichtingsdocumenten van de partij dé voorwaarde voor het andere kroonjuweel ‘bestaanszekerheid’. Deze twee thema’s komen samen in het thema ‘mensen in de knel’ die de partij nu ter hand neemt.
Om daar komende periode aan de slag te gaan is het goed om stil te staan bij waar we vandaan komen. Als onderdeel van de plannen voor goed bestuur van de partij sprongen er een aantal vanaf het begin af aan bovenuit: de noodzaak van een constitutioneel hof om wetten aan de grondwet te kunnen toetsen en zo burgers tegen de overheid te beschermen, een verbeterde regeling voor archivering, openbaarmaking en bescherming van klokkenluiders om de schrijnende kwesties aan de kaak te stellen. De basis van die noodzakelijke hervormingen en wederopbouw na de kabinetten Rutte lag echter nog dieper: een volledige hervorming van het kiesstelsel. Het doel was een regionaal kiesstelsel waar kiezers per kiesdistrict hun vertegenwoordigers kiezen om zo een directe band tussen kiezer en volksvertegenwoordiger te verzekeren.
NSC stelde in haar verkiezingsprogramma de volgende hervorming van het kiesstelsel voor om de band tussen kiezers en hun volksvertegenwoordigers te versterken. Nederland wordt verdeeld in ongeveer twaalf kiesdistricten, die grotendeels aansluiten bij de provincies. In elk district worden kandidaten rechtstreeks gekozen, goed voor in totaal 125 van de 150 zetels in de Tweede Kamer. Partijen stellen per district een korte kandidatenlijst op en kandidaten moeten in het betreffende gebied wonen. Kiezers krijgen zo niet alleen invloed op welke partij zij steunen, maar ook meer op de persoon die hen vertegenwoordigt. De overige 24 of 25 zetels worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de uiteindelijke samenstelling van de Tweede Kamer landelijk in verhouding blijft met het aantal stemmen dat partijen hebben gekregen. Daardoor kunnen ook kleinere partijen die in geen enkel district genoeg stemmen halen, toch zetels krijgen.
In de eerdere onderbouwing van het voorstel werd vooral de nadruk gelegd op het verkiezen van kandidaten die in de eerste plaats de noden van hun lokale kiezers voorop stelden in plaats van primaire loyaliteit aan het partijkader dat hen op de kieslijst zet. Als voorbeeld wordt vaak de situatie in Groningen aangehaald. Op het moment waarop de gasboringen voor aardbevingen begonnen te zorgen waren er al noordelijke Kamerleden, maar geen van hen voelde zich electoraal zeker genoeg om tegen de partij- of kabinetslijn in te gaan en op te komen voor hun regio. NSC heeft het regionale kiesstelsel daarmee vooral beschouwd als een institutionele wijziging om institutionele doelen te bereiken. Een correcte inschatting, maar ook de reden dat het in de ogen van veel kiezers vooral een nice-to-have van politicologen en staatsrechtgeleerden werd. Om het belang van een regionaal kiesstelsel bij kiezers op het netvlies te krijgen is meer nodig dan staatsrechtelijke bespiegelingen, we moeten het plan gaan bekijken door de sociaal-culturele bril.
De meeste Kamerleden wonen traditioneel in Den Haag en Amsterdam[1], hoewel dit twee grote steden zijn met veel inwoners zijn ze ook verhoudingsgewijs oververtegenwoordigd in het parlement. Dit geldt niet alleen voor deze twee steden, maar voor de gehele Randstad in het algemeen. De regio’s Zeeuws-Vlaanderen, Oost-Groningen, Drenthe, West-Brabant en de Kop van Noord-Holland zijn het slechtst vertegenwoordigd. Patroon uit zich niet alleen in Kamerleden, maar ook in de mate waarin er politieke aandacht is voor deze regio’s. In de periode van 1994 tot 2021 werd Amsterdam, zelfs verhoudingsgewijs, vaker in Kamervragen genoemd dan plaatsen in Friesland, de Achterhoek of Noord-Brabant. Ondervertegenwoordiging leidt zodoende ook tot grotere onzichtbaarheid.
Dit terwijl de bovenstaande regio’s sterk verschillen van de Randstad, zowel qua thematiek die er speelt als ook in culturele achtergrond. Het overgrote deel van de ondervertegenwoordigde regio’s is landelijk en meer agrarisch, kiezers stemmen er over het algemeen rechtser en behoudender en de regio’s zijn van oorsprong vaker katholiek. Daarnaast zijn het de regio’s van de grote streektalen zoals het Nedersaksisch, Frysk en Limburgs. Zeker voor het Nedersaksisch valt op dat dit sterk samenhangt met wat Van Vulpen (2023) de ‘ongeziene periferie’ noemt[2].
In een wereld die steeds groter wordt met dank aan digitalisering zijn mensen op zoek naar eigenheid en herkenbaarheid. Streektalen en regionale cultuur winnen aan interesse. Zo beginnen steeds meer scholen met taallessen in de eigen regionale taal, naast het Nederlands. Deze ontwikkeling tot een herwaardering van de eigenheid van onze woonplaatsen, regio’s en plekken en culturen waar we vandaan komen. Mensen zoeken herkenbaarheid in een samenleving die steeds sneller gaat. Ondanks alle digitale communicatiemogelijkheden en vergaande internationale contacten, verslaat niets het belang van gezien en gehoord worden in je eigen taal en cultuur.
Nederland is een land van minderheden, gereformeerden, (cultuur-)katholieken, vrijzinnigen en migrantengroepen in de grote steden, behoudende kiezers op het platteland. We zijn een land waar één rivierovergang het verschil maakt tussen drie keer op een zondag naar de kerk en een carnavalsoptocht. Die culturele rijkdom wordt niet vertegenwoordigd in een Tweede Kamer die overbevolkt is met politici van binnen de Ring A10. Een regionaal kiesstelsel is dé manier om al die groepen een evenredige stem te geven en zo ook culturele thema’s zoals het behoud en versterken van streekcultuur op de agenda te zetten.
Door het pakket aan argumenten voor het kiesstelsel uit te breiden met deze culturele argumenten verbreden we het verhaal van Nieuw Sociaal Contract voorbij enkel de focus op institutionele en staatsrechtelijke beschouwingen over ‘goed bestuur’. Een herkenbare overheid die oog heeft voor al haar inwoners vraagt om een goede afspiegeling van alle groepen in de samenleving. Daarbij is regionale diversiteit onmisbaar. De wortels van onze partij liggen in de regio en het is belangrijk om daarin ook weer de kracht te zoeken om onze vertrouwde standpunten te blijven verrijken.
Goed bestuur klinkt als vanzelfsprekend positief, maar dat hoeft het niet te zijn, want wat is goed bestuur eigenlijk en vanuit welk perspectief benader je dat? Zo kan een wet voor een ministerie volstrekt logisch en efficiënt zijn, terwijl het voor de normale burger onbegrijpelijk en zelfs onrechtvaardig kan lijken. Daarnaast kan een overheidsorganisatie weliswaar alle procedures correct opvolgen, maar kan dit ertoe leiden dat een burger tussen verschillende instanties wordt vermalen. Ook kan een inspraakprocedure bestuurlijk goed en democratisch geregeld zijn, maar kan de complexe organisatie ervan ervoor zorgen dat vooral mensen met veel tijd, kennis en netwerken worden gehoord.
Goed bestuur moet niet worden bezien vanuit het perspectief van de bestuurders en instituties, maar vanuit dat van de gewone burger. Daar ligt de politieke toekomst voor NSC. De partij kan natuurlijk proberen om een keurige bestuurderspartij te worden die zich binnen het bestaande politieke landschap een positie verwerft, maar dit is niet wat de grote belofte was die NSC in 2023 een grote verkiezingsoverwinning opleverde. Een succesvol alternatief hiervoor is om opnieuw te kiezen voor de mensen die buiten de politieke besluitvorming staan, maar er wel door worden beïnvloed.
Dit betekent niet dat NSC een anti-overheidspartij moet worden. Het betekent juist dat de politieke instituties weer werkelijk democratisch dienen te worden zodat zij functioneren voor mensen zonder directe toegang tot de machtsstructuren. Een succesvol NSC is niet links, rechts of zit ergens in het midden. Een succesvol NSC definieert goed bestuur vanuit het perspectief van degenen die nooit werden uitgenodigd in de bestuurderskamer, maar wel een democratische inborst hebben.
Jos van Ginneken – Directeur Wetenschappelijk Bureau NSC
Jeroen Zandberg – Onderzoeker en redacteur Wetenschappelijk Bureau NSC
[1] Van Vulpen, B. (2024). De Tweede Kamer in kaart. Geografie.nl. https://geografie.nl/artikel/de-tweede-kamer-in-kaart
[2] Van Vulpen, B. (2023). Politics out of place: Understanding the geography of discontent from a spatial justice perspective. Groningen: University of Groningen.