Terug

Het andere Fries in het digitale tijdperk

Net over de Nederlandse grens wordt een Friese taal gesproken die slechts enkele duizenden sprekers telt: het Saterfries. Tijdens een internationale conferentie van de Federal Union of European Nationalities in Leeuwarden stond de digitale toekomst van deze en andere minderheidstalen centraal. Nieuwe AI-technologie kan kleine talen een plaats geven in de digitale overheid, maar daarvoor moeten taalgemeenschappen wel zeggenschap houden over hun eigen taaldata.

“Een taal leeft wanneer mensen haar gebruiken.” Met deze woorden vatte Bahne Bahnsen, vicevoorzitter van de Federal Union of European Nationalities (FUEN), het centrale vraagstuk samen van een internationale bijeenkomst die van 2 tot en met 5 juli in Leeuwarden plaatsvond. Ongeveer twintig vertegenwoordigers van Europese minderheden zonder eigen moederstaat kwamen daar bijeen voor de tiende jaarvergadering van de Non-Kin-State Working Group van FUEN.

De bijeenkomst werd georganiseerd in samenwerking met De Fryske Beweging en vond plaats in Tresoar, het Fries historisch en letterkundig centrum. Voorafgaand aan het besloten gedeelte van de jaarvergadering werd op vrijdag 3 juli een conferentie gehouden over de digitale aanwezigheid van minderheidstalen. Daarbij stond de vraag centraal hoe kleine talen zichtbaar en bruikbaar kunnen blijven in apps, media, onderwijs, overheidsdiensten en kunstmatige intelligentie.

Die vraag wordt steeds urgenter. Naarmate dienstverlening, communicatie en onderwijs verder digitaliseren, dreigen talen die onvoldoende digitaal materiaal hebben verder achterop te raken. Een taal kan op straat nog wel hoorbaar zijn, maar tegelijkertijd vrijwel afwezig zijn op websites, in digitale formulieren en in automatische vertaalsystemen.

Een Europees netwerk van minderheden

De FUEN werd in 1949 opgericht en is met meer dan honderd aangesloten organisaties in 38 Europese landen de grootste Europese koepelorganisatie van autochtone nationale minderheden en taalgemeenschappen. De organisatie behartigt hun belangen op regionaal, nationaal en Europees niveau. Zij richt zich onder meer op de bescherming van taal, cultuur, identiteit en minderheidsrechten.

Binnen FUEN bestaan verschillende werkgroepen. De Non-Kin-State Working Group werd in 2017 opgericht voor minderheden die niet kunnen terugvallen op een verwante staat. Een Duitse minderheid buiten Duitsland kan bijvoorbeeld politieke, financiële of culturele steun uit Duitsland ontvangen. Voor gemeenschappen zoals de Friezen, Bretons, Ladiniërs, Sorben of Saterfriezen bestaat zo’n moederstaat niet. Hun taal en cultuur zijn daardoor in sterkere mate afhankelijk van regionale overheden, eigen organisaties en vrijwilligers.

De werkgroep heeft momenteel 43 organisaties uit 19 verschillende landen. De leden wisselen ervaringen uit en ontwikkelen gezamenlijke strategieën voor het behoud van kleine talen en culturen. Juist de digitale ontwikkeling biedt daarvoor nieuwe mogelijkheden. Afstand speelt online een veel kleinere rol en gemeenschappen kunnen taaldata, lesmateriaal en technische kennis met elkaar delen. Tegelijkertijd bestaat het risico dat digitale platforms en AI-systemen vooral de grootste talen ondersteunen.

Fries in de digitale overheid

Tijdens de conferentie presenteerde WB-NSC onderzoeker Jeroen Zandberg de resultaten van twee onderzoeken van het Wetenschappelijk Bureau NSC: naar het gebruik van het Fries in de lokale en regionale overheid in Fryslân en naar de positie van het Stellingwerfs in Oost- en Weststellingwerf. Beide onderzoeken laten zien dat formele erkenning alleen niet voldoende is om een taal daadwerkelijk in het bestuur te laten functioneren.

Tijdens de paneldiscussie benadrukte hij dat minderheden zeggenschap moeten houden over hun eigen taaldata. Woordenboeken, opgenomen stemmen, vertaalde teksten en grammaticale beschrijvingen zijn niet alleen technische grondstoffen, maar ook onderdeel van het cultureel erfgoed van een gemeenschap. Wanneer deze gegevens uitsluitend bij grote commerciële technologiebedrijven terechtkomen, dreigt een nieuwe afhankelijkheid. Digitale soevereiniteit betekent daarom ook dat gemeenschappen kunnen bepalen wie hun taaldata gebruikt, voor welk doel en onder welke voorwaarden.

Het andere Fries

Een van de andere sprekers was Henk Wolf, wetenschappelijk coördinator voor het Saterfries bij de gemeente Saterland. Zijn bijdrage ging over de digitale uitdagingen bij de revitalisering van het West-Fries en het Saterfries.

Het Saterfries, in de eigen taal Seeltersk genoemd, is voor veel Nederlanders onbekend. Toch is het nauw verwant aan het Fries dat in de provincie Fryslân wordt gesproken. De taal wordt gebruikt in Saterland, een gemeente in de Duitse deelstaat Nedersaksen, op enkele uren rijden van de Nederlandse grens. De gemeente bestaat uit vier dorpen en telt ruim 14.000 inwoners. Daarbinnen spreken nog slechts enkele duizenden mensen het Saterfries.

De taal kon eeuwenlang overleven doordat het gebied betrekkelijk geïsoleerd lag, omringd door moerassen. Terwijl elders in Oost-Friesland het Fries grotendeels door het Nedersaksisch werd verdrongen, hield het Saterfries hier stand. Tegenwoordig is het waarschijnlijk de kleinste officieel erkende minderheidstaal van Europa.

In mei 2024 onderzocht onderzoeker Jeroen Zandberg de aanwezigheid van het Saterfries in de openbare ruimte en het gemeentebestuur. Daarvoor inventariseerde hij onder andere een paar honderd publieke borden en andere openbare teksten. Het beeld was dubbel. Het Saterfries was duidelijk zichtbaar op plaatsnaamborden, welkomstborden en toeristische informatiepanelen. Maar zodra een bord praktische informatie bevatte—over verkeer, gemeentelijke regels of openbare voorzieningen—domineerde het Duits vrijwel volledig. Van honderd onderzochte commerciële reclameborden bijvoorbeeld bevatten er slechts twee Saterfriese woorden of namen.

Dit onderzoek keek ook naar het gebruik van het Saterfries in de lokale overheid. Ook binnen het gemeentebestuur wordt het Saterfries vooral mondeling en informeel, sporadisch, gebruikt in de communicatie met inwoners en vrijwel niet intern in de ambtenarij. Officiële documenten zijn bijvoorbeeld uitsluitend Duitstalig. De Saterfriese pagina’s van de gemeentelijke website verdwenen in februari 2024 bij de invoering van een nieuw digitaal systeem. De kleine taal werd daarmee juist door modernisering minder zichtbaar.

Henk Wolf presenteert over Saterland

Voorzichtige vooruitgang

Henk Wolf gaf echter aan dat er sinds 2024 enige vooruitgang is geboekt. Alle zes de scholen in de gemeente hebben nu het Saterfries zichtbaar gemaakt in en op hun gebouwen. Vier basisscholen bieden activiteiten of onderwijs in de taal aan. Op twee scholen wordt het Saterfries gedeeltelijk als voertaal bij andere vakken gebruikt. Ook in het voortgezet onderwijs, de voorschoolse opvang en aan de Universiteit Oldenburg groeit de aandacht.

Daarnaast zijn nieuwe tweetalige borden in parken geplaatst. Regels over honden, vissen en zwemmen worden daar nu ook in het Saterfries weergegeven. De brandweer en enkele bedrijven in Saterland hebben gevraagd om vertalingen voor gebouwen, uniformen en bedrijfsruimten. Dit betekent dat de taal zich verplaatst van erfgoed en toeristische symbolen naar alledaagse gebruik.

Ook de institutionele basis is versterkt. Het Seelterkantoor, dat taalprojecten uitvoert, beschikt over twee arbeidsplaatsen, al wordt één daarvan nog uit tijdelijk projectgeld betaald. De ongeveer driehonderd leden tellende vereniging Seelter Buund ondersteunt cursussen, publicaties en culturele activiteiten. Ook is er een digitaal woordenboekportaal online gezet.

Een taal zonder lange vertaaltraditie

Voor het Saterfries is automatische vertaling bijzonder moeilijk. Het West-Fries kent een lange geschreven traditie, talrijke boeken, kranten, officiële stukken en vertalingen. Daardoor beschikt het over relatief veel digitaal materiaal. Voor het Saterfries bestaat geen vergelijkbare hoeveelheid parallelle teksten (dezelfde zinnen in het Duits en het Saterfries) waarmee een vertaalmodel de taal kan leren.

Er zijn echter nieuwe ontwikkelingen op AI gebied. Moderne AI-modellen kunnen kennis uit andere talen gedeeltelijk overdragen naar een kleine taal. Momenteel wordt er gewerkt aan een vertaalsysteem dat AI-vertaling naar het Saterfries mogelijk kan maken, zodat de gemeente Saterland de taal weer kosteneffectief kan gebruiken op haar website, in publieksinformatie en in de rest van de dienstverlening.

Technologie zal de inzet van een taalgemeenschap nooit kunnen vervangen. Zonder sprekers, onderwijs, cultuur en bestuurlijke steun heeft zelfs het beste taalmodel weinig zin. Maar AI kan wel een praktische barrière wegnemen. Voor een kleine gemeente zonder eigen vertaalafdeling kan dit het verschil betekenen tussen een taal die alleen op een welkomstbord staat en een taal die daadwerkelijk deel uitmaakt van de digitale overheid.

De bijeenkomst in Leeuwarden maakte daarmee één ding duidelijk: de toekomst van minderheidstalen wordt niet uitsluitend in klaslokalen, verenigingsgebouwen of parlementen bepaald. Zij wordt ook geschreven in datasets, digitale formulieren en taalmodellen. Als kleine taalgemeenschappen daar zelf aan kunnen meebouwen, hoeft digitalisering niet tot taalverlies te leiden, maar kan zij juist een nieuw hoofdstuk openen.

School in Saterland met Saterfriese tekst op de gevel

schrijf je in voor onze online nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste artikelen, opiniestukken, podcasts en columns als eerste in je mailbox. Meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief!

Schrijf je in